Het leven zoals het is…in de schoot van het Chinese moederland

Dat Tibet er vanuit economisch oogpunt met rasse schreden op vooruit gegaan is, zal niemand ontkennen. Na de vreedzame bevrijding door China werd de Himalaya-staat op een moordend tempo de twintigste eeuw binnengeloosd. Volgens officiële Chinese cijfers investeerde Beijing sinds midden jaren ‘60 meer dan 11 miljard euro in de TAR, nog steeds de armste provincie van de Volksrepubliek.  Het bruto nationaal product (bnp), de barometer voor de welvaart van een land, steeg er het laatste decennium jaarlijks met 10 procent. Een verdubbeling van haar economie in de laatste vijf jaar werd dan ook beschouwd als de spreekwoordelijke kers op de taart. Niet slecht, moeten de Chinese leiders gedacht hebben, voor een land waar voorheen het wiel enkel gebruikt werd voor het draaien van gebedsmolentjes.

Deze gigantische economische boom van de laatste 10 jaar lijkt op papier een zeer mooie verwezenlijking, de realiteit toont toch anders aan. De Chinese autoriteiten investeerden in grote mate in immense projecten en prestigieuze openbare werken zoals de Qinghai-Tibet spoorweg, tunnels en de aanleg van een nieuw wegennetwerk. Dergelijke werken worden voornamelijk uitgevoerd door tijdelijke Chinese werkkrachten, die hun inkomen eerder naar huis opsturen dan terug in de locale economie te pompen. Het leeuwendeel van de investeringen verbeteren de infrastructuur van de stedelijke gebieden, terwijl achtergestelde regio’s zoals het platteland links blijven liggen.

Daarnaast spendeerde Beijing een groot stuk van haar jaarlijks Tibet-budget aan de uitbreiding van de overheid- en partijadministratie. Veel Tibetanen zijn tewerkgesteld in het gigantische ambtenarenapparaat, maar de belangrijkste functies worden nog steeds ingenomen door etnische  Han-Chinezen.  Waar in andere provincies het analfabetisme wordt aangepakt en er pogingen ondernomen worden om de loodzware bureaucratie lichter maken, staat dit in schril contrast met de Tibetaanse regio. Zowat de helft van de Tibetaanse bevolking is analfabeet en dus niet in staat deel te nemen aan de bloeiende economie, waar het Mandarijns de voertaal is. Al van op de schoolbanken ondervinden Tibetanen discriminatie en een gebrek aan respect voor hun identiteit. De lessen op de middelbare school en hoger onderwijs worden in het Chinees gegeven waardoor Tibetanen op voorhand al met een achterstand zitten.

Daar komt nog eens bij dat in de steden de hoofdmot van bloeiende zaken wordt gerund door -Beijing gesubsidieerde- Chinese immigranten. Uiteindelijk geniet voornamelijk de stedelijke bevolking van de economische vooruitgang en binnen de steden zijn het de Han-Chinezen en een minderheid van Tibetanen die hiervan kunnen mee profiteren. Het grootste deel van de Tibetaanse bevolking, 80%, leeft op het platteland en moet rondkomen met net geen euro per dag. De nomaden, boeren en herders zijn in grote mate zelfvoorzienend en van hun dieren afhankelijk voor hun levensonderhoud. Ook deze traditionele manier van leven ontsnapt niet aan China zijn huidige sprong voorwaarts.  In China’s strijd tegen de armoede werden de laatste jaren meer dan 250.000 boeren gedwongen in nieuwe dorpen te gaan wonen. Deze woningen in pseudo-Tibetaanse stijl ontbreken vaak elektriciteit, stromend water en tuintje zodat vele boeren gedwongen worden hun beesten van de hand te doen.  Een groot deel van de bouwkosten waren ook voor de bewoners hun rekening, waardoor de boeren zich diep in de schulden staken. Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Right Watch zijn dergelijke campagnes niet gericht op armoedebestrijding maar eerder een manier om de verstedelijking te stimuleren en een uniforme en moderne façade te creëren voor toeristen. In het verleden werden inwoners van rurale gebieden al aangemoedigd om zich in steden te vestigen en hun traditionele manier van leven op te geven. Aangetrokken door de vele mogelijkheden van het stadsleven, worden Tibetanen snel met de neus op de feiten gedrukt.  Veelal beschikken ze niet over de nodige opleiding of connectie om de jobs uit te oefenen en staan ze in ongelijke concurrentie met geïmmigreerde Han-Chinezen.

Strike Hard en Patriottische Heropvoedingcampagne

Het was van eind jaren ’80 geleden dat in hoofdstad Lhasa grootschalige rellen uitbraken. Tibet kende daarvoor een periode van relatieve openheid en grotere religieuze vrijheid onder de impulsen van Deng Xiaoping. Een compensatie voor de excessen waaronder het land geleden had tijdens de Culturele Revolutie. De huidige Chinese president Hu Jintao was toen partijsecretaris van de autonome regio en reageerde kort en krachtig om een einde te maken aan de onrusten. Buitenlandse toeristen en journalisten moesten de regio verlaten, een immense troepenmacht nam de stad over en de staat van beleg trad in werking. Het brutale optreden van de ordediensten –er vielen toen 200 doden- ontsnapte echter niet aan het oog van buitenlandse bezoekers.  China’s harde aanpak van dissidenten escaleerde enkele maanden later op het Tienanmen plein en de Volksrepubliek ging een periode van internationale isolatie in en de binnenlandse hervormingen werden teruggeschroefd.

Beijing ondernam nieuwe maatregelen om de eenheid van het moederland te verstevigen met de lancering van een reeks Strike Hard campagnes. Dergelijke campagnes hadden midden jaren ’80 aanvankelijk het doel de stijgende criminaliteit en corruptie tegen te gaan op het Chinese binnenland. In Tibet kregen de acties een politieke dimensie en werd het een werktuig in het bestrijden van het Tibetaanse nationalisme. Dit gaf de ordetroepen en politie de nodige legitimiteit –in de mate dat ze die al nodig hadden- om hard op te treden. Willekeurige arrestaties, een gebrek aan rechtsbijstand, het afnemen van getuigenissen onder foltering en mishandeling leidde tot de dood en opsluiting van vele Tibetanen.

Het religieuze leven en tevens de kern van de Tibetaanse identiteit werd onderworpen aan patriottische heropvoedingscampagnes. Deze campagnes viseerden de kloosters en haar bewoners met een reeks nieuwe richtlijnen. Zo kwam er een limit op het maximum toegelaten aantal monniken of nonnen, werden de privé-vertrekken regelmatig onderworpen aan strenge controles op subversief materiaal en staat de verwerping van de Dalai Lama centraal. Zij die weigeren worden gearresteerd en opgesloten. Na vrijlating is een mogelijk herintreding in het klooster uitgesloten waardoor velen de gevaarlijke tocht over de Himalaya ondernemen om hun religieuze studies verder te zetten.

De harde lijn van aanpakken werd nog meer versterkt en doorgetrokken naar het dagdagelijkse leven buiten de kloostermuren met de aanstelling van Zhang Qingli als huidige partijsecretaris in Tibet. Hij staat bekend om zijn onverzoenlijke uitspraken tegen elke vorm van separatistisch denken. Op zijn cv prijkt onder meer migratie van Han-Chinezen in Xinjiang, de autonome regio van de Oeigoeren en grensbeveiliging. Hij legt meer de nadruk op ideologische hervormingen in het kader van de ‘patriottische vorming’ en liet al vaker het achterste van zijn tong zien met uitspraken als ‘de partij is de echte boeddha voor de Tibetanen’ en ‘de Dalai Lama is de duivel met een menselijk gezicht en het hart van een beest’. Hij stelde dat de CCP is verwikkeld in een strijd op leven en dood met de Dalai Lama en zijn aanhangers. Een van zijn prioriteiten is de invloed van het boeddhisme onder overheidsbedienden een halt toe te roepen. Tibetaanse ambtenaren worden geregeld onderworpen aan marxistische studies en zijn verplicht kritiek neer te schrijven over de Dalai Lama. Het is overheidspersoneel ook verboden deel te nemen aan religieuze ceremonies of tempels te bezoeken.

Sedert september vorig jaar ging de Partij nog een stapje verder om haar invloed te laten gelden. Tulkus of gereïncarneerde lama’s worden pas erkend mits toestemming en goedkeuring van de Partij. Op die manier probeert Beijing de invloed van de Dalai Lama te verkleinen en eigen kandidaten naar voor te schuiven. De tulku’s staan in voor de training en vorming van nieuwe generaties jonge monniken en vormen een belangrijk onderdeel in het voortbestaan van de Tibetaanse cultuur.

Big China is watching you

Door de nadruk te leggen op statistisch cijfermateriaal zoals een stijgend bnp, gaat de Chinese overheid voorbij aan het feit dat de kloof tussen steden en platteland enerzijds en Chinese migranten en de locale bevolking anderzijds steeds groter wordt. Mooie presentatiecijfers doen president Hu Jintao en de zijnen dan wel in de handen wrijven, de onlusten die de afgelopen maanden uitbraken deed Beijing eerder naar de haren grijpen.  De vele economische verwezenlijkingen dekken duidelijk de lading niet. Een gebrek aan vooruitzichten, discriminatie en de constante druk op het traditionele Tibetaanse leven in al zijn facetten leidt tot grote frustratie onder de locale bevolking wat uiteindelijk in maart explodeerde.

Traditiegetrouw en op risico van eigen leven namen de monniken het voortouw in de vreedzame protesten. Op de herdenkingsdag van de grote opstand, 10 maart 1959, kwam een groep monniken van het Drepung-klooster de straat op om hun ongenoegen over het beleid te uiten. De cruciale timing, slechts enkele maanden voor de Olympische Spelen, zal niemand in Tibet ontgaan zijn. Met de ogen van de wereld op China gericht was het misschien een nu of nooit actie, wetende hoe hoog de prijs van verzet kan zijn. De monniken arriveerden nooit in Lhasa, arrestaties werd verricht en het klooster hermetisch afgesloten. De dagen daarop volgenden andere kloosters het voorbeeld van Drepung maar de situatie escaleerde op vrijdagavond toen de burgerbevolking in grote getallen op straat kwam. Jaren van frustraties werden botgevierd op Chinese eigendommen en de betogers lieten een ware ravage achter in het centrum van de stad.  In eerste instantie grepen de ordetroepen niet in en lieten ze de chaos gedijen, wachtend op orders van Beijing. In plaats van op scherp te schieten, schoten de beveiligingscamera’s en CCTV-nieuwsploeg beelden van de demonstranten.  Met Tienanmen in het achterhoofd en de impact van de media paste de Volksrepubliek goed op haar tellen. De leiders in Beijing wilden hun Olympische droom niet in rook zien opgaan en beslisten dit maal dat macht niet uit de loop van een weer komt maar uit de lens van een camera.  De propagandamachine draaide op volle toeren en met het betere knip- en plakwerk lanceerden de autoriteiten een heus mediaoffensief. De Chinese bevolking kreeg enkel plunderende en uitzinnige Tibetanen en een terughouden politie op hun beeldscherm  voorgeschoteld terwijl buitenlandse nieuwszenders gecensureerd werden en mobile telefoons geblokkeerd.

Aan de hand van de nieuwsbeelden werd ook een lijst van de 21 meeste gezochte Tibetanen opgesteld en verspreid op het internet en in de straten. Binnen enkele dagen, de deadline om zich vrijwillig aan te geven was maandag 17 maart om middernacht, werd de stad uitgekamd en werden er honderden arrestaties gedaan. Lhasa en Tibet, ondertussen vrij van buitenlandse pottenkijkers werd een  blinde vlek op de kaart en nieuws uit de regio sijpelde maar mondjes maat tot over de grenzen. Maar in het digitale tijdperk –ook op het dak van de wereld  slaan ze je met de ringtones om de oren- glipte het nieuws van de opstanden door de mazen van de Chinese firewall. Een golf van protesten verspreidde zich over Tibetaanse regio’s buiten de TAR. Ondertussen deden zich al meer dan 96 verschillende protesten voor verspreid over de Tibetaanse gebieden. Opvallend was dan ook dat het merendeel van de demonstraties plaats vond buiten de TAR. In de vroegere provincies Amdo en Kham kwamen boeren en nomadengemeenschappen op straat om hun respect te betuigen voor de slachtoffers. Het ging hier hoofdzakelijk over vreedzame protesten en  in een reeks gevallen werden staatseigendommen zoals politiebureaus plat gebrand. Het gaat hier over gebieden die volgens China nooit onder gezag van Lhasa gestaan hebben en waar er meer religieuze vrijheid is dan in de autonome regio

…en in ballingschap

In ballingschap werd het startschot gegeven door de ‘Tibetan People’s Uprising Movement’ in Dharamsala. De beweging zag het levenslicht in januari, toen de vijf grootste Tibetaanse ngo’s de krachten bundelden om  een nieuw draagvlak te creëren tegen de Chinese bezetting. Op die manier wilden de Tibetaanse ballingen globaal verzet ontketen via directe acties tegen China, in het licht van de naderende Olympische Spelen. In nagedachtenis van de slachtoffers van ’59 ijveren ze voor de bescherming van de Tibetaanse cultuur, religie en tradities. Volgens Tibetan Youth Congress, Tibetan Women’s Association, Gu-Chu-Sum, National Democratic Party of Tibet en Students for a Free Tibet (India) gebruikt China de Spelen als een legitimatie van haar bezettingspolitiek en acceptatie van de internationale gemeenschap. (zie verder in kader)

De meest opvallende actie vertaalde zich in een protestmars van Dharamsala naar Lhasa.  Deze ‘mars huiswaarts’ bracht die maandag honderden ballingen op de been. De Indische politie kwam echter snel tussenbeide, verschillende vreedzame betogers werden gearresteerd en onder huisarrest geplaatst. Ook in buurland Nepal ging de mars niet zonder slag of stoot van start. De Nepalese ordetroepen traden hardhandig op en er vielen tal van gewonden. Zowel in India als in Nepal mogen vluchtelingen niet deelnemen aan politieke activiteiten waardoor een verbod op betoging werd gelegd. Beide landen voelen ook de hete adem van de Volksrepubliek in hun nek en willen hun goede verstandhouding (en economische belangen) niet in het gevaar zien komen. Vooral Nepal komt meer en meer onder de invloedssfeer van China terecht en past haar politiek inzake de Tibetaanse zaak aan de wensen van de Volksrepubliek. Zo werden in het verleden Tibetaanse vluchtelingen teruggestuurd naar Tibet, waar hen een gevangenisstraf met aangepaste Chinese behandeling (lees: mishandeling) te wachten stond. Dit was het geval in 2003 toen 18 Tibetanen, waaronder 10 minderjarigen, uitgeleverd werden aan de Chinese autoriteiten in Tibet. Ze bekochten het met maandenlange opsluiting en mishandeling.


Wie is wie in exile

flash3005113690De Central Tibetan Administration (CTA) of de Tibetaanse Regering in Ballingschap werd opgericht in 1960 en claimt de rechtmatige en wettelijke overheid van Tibet te zijn.  De leden worden gekozen voor een legislatuur van 5 jaar (2006-2011). Het parlement bestaat uit 43 tot 46 leden waaronder enkele afgevaardigden van de Tibetaanse diaspora in Europa en Amerika, verschillende vertegenwoordigers van de drie traditionele provincies en leden van de 4 boeddhistische scholen en de bön-religie. Daarnaast kunnen er nog maximum  3 personen aangeduid worden door de Dalai Lama die zich onderscheiden op vlak van cultuur, wetenschap of de gemeenschap.  Elke Tibetaan van 25 jaar kan zich kandidaat stellen en de minimum leeftijd om te stemmen bedraagt 18 jaar. De oprichting van dit democratisch systeem was een van de grote veranderingen die de Dalai Lama in het leven riep na zijn vlucht uit Tibet. Lobsang Tenzin of  Professor Venerable Samdhong Rinpoche is eerste minister van de CTA nadat de Dalai Lama in 2000 besloot dat de Tibetaanse ballingen hun eigen regeringshoofd moesten kiezen. Hij won in 2001 met meer dan 80% van de stemmen. Net zoals andere overheden houd de regering zich bezig met het oprichten en onderhouden van scholen, gezondheidscentra, culturele activiteiten en economische ontwikkeling van de Tibetaanse gemeenschap. Hoewel de CTA door geen enkel land erkend wordt als feitelijke overheid ontvangt het financiële steun van overheden en internationale organisaties. De Tibetaanse regering in ballingschap was ook medeoprichter van de Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO), deze democratische en internationale organisatie waar minderheden en inheemse volkeren zonder internationale erkenning hun krachten bundelen om hun humanitaire en culturele rechten te beschermen.

DSC_0892Het Tibetan Youth Congress (TYC) is de drijvende kracht van het Tibetaanse verzet in ballingschap. Opgericht in 1970 nadat een eerste generatie vluchtelingen hun traditioneel en modern onderwijs afmaakten. Gewapend met een brandend verlangen om naar hun thuisland terug te keren en kennis van democratische politieke systemen streven ze naar de volledige onafhankelijkheid van de drie traditionele provincies van Tibet. Dit in tegenstelling tot het officiële discours van de Dalai Lama, die de onafhankelijkheidseis liet varen voor een meer pragmatische aanpak: meer autonomie binnen de Chinese grenzen. Deze onafhankelijke organisatie schreef zijn eigen grondwet neer en groeide uit tot de grootste ngo van Tibetaanse ballingen. De TYC beweert dan ook meer dan 30.000 leden in haar rangen te tellen. Ze beschouwen zichzelf als een instrument in dienst van de democratie dat aandringt op de nodige hervormingen binnen de Tibetaanse samenleving.

DSC_0119Het grote probleem met de jonge Tibetaanse democratie in ballingschap is het gebrek aan degelijke politieke partijen. Een variëteit aan politieke partijen met verschillende ideologieën is van belang voor een goed draaiend democratisch systeem. Als stap in de richting van een meerpartijenstelsel stuurde de Dalai Lama aan dat de TYC zich politiek zou organiseren. Ondanks de kans op verlies van een deel van de meer extreme achterband, primeerde het nationale en lange termijn belang en steunden ze het initiatief van de Dalai Lama. Uiteindelijk keurde het congres een resolutie goed waardoor de National Democratic Party of Tibet (NDPT) in 1994 officieel werd ingehuldigd.


Er was voor het eerst sprake van de Tibetan Women’s Association (TWA) in 1959. Tijdens de grote opstand in Lhasa hadden duizenden Tibetaanse vrouwen zich verenigd om te protesteren tegen de Chinese bezetting. Na de opstand vluchtten velen naar India waar voor een periode van 20 jaar verschillende vrouwenorganisaties  werden opgericht.  In eerste instantie ijverden de centra voor het behoud van traditionele ambachten en organiseerden workshops zodat de vluchtelingen konden instaan voor een eigen inkomen tijdens de beginjaren in ballingschap. In 1984 werd met de zegening van de Dalai Lama de TWA terug officieel in het leven geroepen. Vandaag heeft de organisatie meer dan 13.000 leden met meer dan 40 afdeling verspreid over vele landen zoals DSC_0859India, Nepal, VS en Canada. Het publiek sensibiliseren voor de vele misbruiken waaronder Tibetaanse vrouwen gebukt gaan in Tibet vormen nu het hoofddoel van de organisatie. De verschillende campagnes wijzen op de specifieke schendingen van vrouwenrechten zoals verplichte sterilisaties en abortussen.

Ex-politieke gevangenen van de Tibetaanse vrijheidsbeweging legden de fundamenten voor Gu Chu Sum (9-10-3) in Dharamsala begin jaren ’90. Het initiatief ging in eerste instantie uit van monniken en nonnen die de nodige ondersteuning wilden bieden aan gevluchte politieke gevangenen en Tibetanen die nog steeds opgesloten zaten. De organisatie dankt zijn naam aan de maanden waarin grote demonstraties plaats vonden in Lhasa: ‘Gu’ staat voor 27 september 1987, ‘Chu’ komt overeen met oktober van hetzelfde jaar terwijl ‘Sum’ een herdenking is van de opstand op 5 maart 1988. Hun activiteiten gaan van het aanleggen van een database van politieke gevangenen en hun behandeling in de gevangenis tot het publiceren van autobiografieën van ex-gevangenen en het organiseren van gezondheidszorg.

DSC_0193Students for a Free Tibet (SFT) werken in solidariteit met het Tibetaanse volk in hun strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid. SFT is uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie van jonge mensen die zich inzetten voor de Tibetaanse zaak. Door middel van educatie en geweldloze acties proberen ze de Tibetaanse zaak publiek te maken.


(text and photo’s © Han Vandenabeele, juli 2008)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s