“Wanneer de Dalai Lama opriep de wapens neer te leggen, betekende dat het einde van de guerillastrijd”

Geshe Yungdrung Gyaltsen, over heroïsch verzet, hedendaagse invulling en tegenwijzerzin.

Midden jaren vijftig was het oosten van Tibet onderworpen aan zogenaamde ‘democratische’ hervormingen. In Kham en Amdo werd het land in beslag genomen en herverdeeld, de bevolking onderworpen aan socialistische studies en heerste er een klassenstrijd. Lhasa en de rest van U-Tsang ‘kregen’ nog enkele jaren uitstel. De Khampa’s stonden toen al gekend als geduchte krijgers die weinig gezag aanvaardden behalve die van de eigen clan. Toen hun religie en cultuur zwaar onder vuur kwamen te liggen door de Chinese communisten brak in 1956 opstand uit in de regio. De kiem van Chushi Gangdruk was geplant. Het verzet nam de oude benaming voor Kham –Vier Rivieren, Zes Bergen– aan en trok ten strijde tegen het Volksbevrijdingsleger. Vandaag neem ik het spoor richting Antwerpen voor een gesprek met Geshe Yungdrung Gyaltsen, president van de organisatie anno 2010, bönpo en voor het eerst op bezoek in ons land.

“Oude vetes en rivaliteit tussen de verschillende stammen ruimden plaats voor een gemeenschappelijk doel: de bescherming van de dharma (leer van de Boeddha nvdr). In het begin was er echter geen sprake van georganiseerd verzet, maar eerder losse en onafhankelijk opererende groepen. Naast de Khampa’s deelden ook Amdowa’s en Tibetanen uit U-Tsang de rangen. Stuk voor stuk vrijwilligers zonder militaire achtergrond die hun leven wilden wagen om de communisten te verdrijven. Veel Khampa’s verkochten hun inboedel en veestapel om het nodige kapitaal te kunnen vergaren voor de aankoop van wapens en proviand. Zo ook Gompo Tashi Andrugtsang, een belangrijk handelaar uit Lithang die veel aanzien genoot in de streek. Hij bezat handelscentra in Kham, maar ook in Lhasa en Kalimpong (India). Een van de weinige Tibetanen die al meerdere malen buiten het vaderland reisde. Als man van de wereld groeide hij al snel uit tot een van de belangrijkste leidersfiguren van het verzet. Met de opbrengst van zijn eigendom financierde hij voor meerdere jaren de vrijheidstrijd van zijn manschappen. “

-De Khampa’s voerden een guerrillaoorlog en kenden het terrein, maar een gelijke strijd kon je het niet noemen?

“Meer dan een jaar konden ze weerstand bieden aan het rode leger. De vrijheidsstrijders waren echter niet opgewassen tegen de moderne strijdkrachten en machinegeweren van de Chinezen en weken uit naar Centraal-Tibet. In 1957 bevonden vele verzetslieden zich in de omgeving van Lhasa. De immense Chinese aanwezigheid in de regio maakte het de Khampa’s moeilijk om onopvallend te verzamelen en zich te organiseren. Onder een dekmantel van religieuze feesten slaagden de leiders van Chushi Gangdruk er in de nodige afspraken te maken en samen te komen in de hoofdstad.”

-En dit onder de neus van de Chinese bezetter?

“Inderdaad. Met de toestemming van de Tibetaanse overheid planden de Khampa’s religieuze offers aan de Dalai Lama. Dit vertaalde zich in de bouw van een gouden troon ter ere van Zijne Heiligheid door de leden van Chushi Gangdruk, en creëerde dus ook een mogelijk tot vergaderen. Op vraag van de Khampa’s voerde de Dalai Lama in het Norbulingka of zomerpaleis de Kalachakra-initiatie uit. Deze werd door de Chushi Gangdruk beantwoord met een Tenshuk of Long Life ceremonie. De gebeurtenis had naast een religieuze ook een niet te onderschatten symbolische betekenis: de bevestiging van het leiderschap van Zijne Heiligheid over alle Tibetanen. Maar ook in Lhasa werd het hen al snel te heet onder de voeten en de verzetsstrijders weken uit naar het zuiden, richting Lhoka. Daar werd op 16 juni ’58 de Chushi Gangdruk ‘Defend Tibet Volunteer Force’ officieel ingehuldigd onder het leiderschap van generaal Gompo Tashi. “

Amerikaanse inmenging

-Gyalo Thondup en Thubten Jigme Norbu, de oudere broers van de Dalai Lama, brachten de Tibetaanse zaak uiteindelijk in de Verenigde Staten onder de aandacht van het Central Intelligence Agency (CIA).

“Ja, zij zorgden ervoor dat er contact gelegd werd tussen Chushi Gangdruk en de CIA. In eerste instantie weigerde de VS logistieke steun en wapens te leveren zonder de officiële vraag van de Tibetaanse autoriteiten. In afwachting werd in ’57 wel een eerste groep Khampa’s opgeleid in guerrillatechnieken door de Amerikanen en terug geparachuteerd in Tibet. Met behulp van een draadloze radio konden de guerilla’s contact onderhouden met Washington. Omdat de situatie in Tibet escaleerde en een reactie van de Tibetaanse overheid uitbleef, besliste de CIA toch wapens en verdere trainingen aan Tibetaanse verzetsstrijders te geven.”

-In maart 1959 brak de grote volksopstand uit in Lhasa. Ook daar had Chushi Gangdruk een zware taak te vervullen.

“De rebellen speelden een belangrijke rol in de persoonlijke veiligheid van Zijne Heiligheid de Dalai Lama. In de nacht van 17 maart vluchtte de Dalai Lama en zijn entourage –familieleden, politieke leiders en belangrijke lama’s van de vier religieuze scholen- uit Lhasa. Onder een escorte van Chushi Gangdruk bereikte de Dalai Lama veilig de Indische grens. Twee leden van de begeleidingsgroep, Athar en Lhotse, maakten deel uit van de eerste groep Khampa’s die opgeleid was door de CIA. Met behulp van hun draadloze radio konden ze Amerika op de hoogte houden van de tocht van de Dalai Lama maar ook India om asiel vragen. Enkele maanden later verlieten ook Gompo Tashi en een groot deel van de strijdmacht Tibet, opgejaagd door de Chinezen, om richting India te trekken.”

-Een vervroegd einde van de verzetsbeweging?

“Neen, in ballingschap werden al snel nieuwe plannen gesmeed om het verzet verder te zetten. Na overleg tussen de verschillende leiders werd een nieuwe basis opgericht in het vroegere koninkrijk Lo (het huidige Mustang in Nepal, nvdr). Gefinancierd door de CIA kenden de Chushi Gangdruk, gehard door de strijd en voorzien van betere wapens en opleiding, in het begin vele successen. Vanuit Mustang werden nog negen grote militaire acties ondernomen tegen de Chinezen. Daarbij werden enkele kampen vernietigd, wapens in beslag genomen maar ook belangrijke geheime documenten gevonden (in de documentaire ‘The Shadow Circus: the CIA in Tibet’ zijn hiervan unieke beelden te zien, nvdr).

Ook in India kregen de manschappen van Chushi Gangdruk een plaats. In Dehradun in het noorden van het land bliezen de CIA en de Indische geheime dienst een nieuwe strijdmacht in het leven. Het project met de codenaam ‘Establishment 22’ bestond uit Tibetaanse elitesoldaten getraind door het Indische leger. In eerste instantie was het de bedoeling de unit in te zetten bij grensgeschillen met China in de nasleep van het grensconflict tussen India en China. Hoewel er nooit acties ondernomen werden tegen China, zette India de soldaten wel in tijdens de oorlog met Pakistan en Bangladesh. Vandaag bestaat de eenheid nog steeds uitsluitend uit Tibetanen en maakt ze officieel deel uit van het Indische leger. Er is natuurlijk geen band meer met Chushi Gangdruk.”

-Interne problemen zoals corruptie en de ontdooiing van de Sino-US relaties wierpen een schaduw over de guerilla-activiteiten in Mustang. Van allerlei kanten werd opgeroepen de wapens neer te leggen tot uiteindelijk de Dalai Lama zelf ingreep. Although I had always admired the determination of the guerrillas, I had never been in favour of their activities and now I realized that I must intervene… It seemed wrong in a way to challenge such courage, such loyalty and such love for Tibet, though I knew in my heart that it was the right thing to do…”, schrijft de Dalai Lama in zijn autobiografie ‘Freedom in Exile’.

“Begin jaren ’70 kwam de druk van alle kanten. India, de gastheer van Tibetaanse vluchtelingen, was zenuwachtig door de clandestiene activiteiten. Nepal voelde de hete adem van China in zijn nek zodat zijn leger overging tot de ontwapening en ontmanteling van de Khampa’s en hun basis. Ook de Amerikaanse geldkraan werd toegedraaid ten voordele van de economische belangen met China. Toen ook de Tibetaanse regering, en tenslotte de Dalai Lama, de rebellen opriep de wapens neer te leggen kwam er officieel een einde aan de guerillastrijd. Voor veel vrijheidsstrijders betekende de stopzetting van Chushi Gangdruk een bitter pil. Sommigen pleegden zelfmoord om zich niet te moeten overgeven. Door de jaren heen is het gebrek aan uitgesproken steun van de Tibetaanse overheid moeilijk te verteren geweest. Voor de buitenwereld bestond Chushi Gangdruk niet meer, maar in het oosten van Nepal was er nog een bureau dat vrijwilligers rekruteerde en terugzond naar Tibet. Geen succesvolle operatie weliswaar: van de twintig teruggestuurde manschappen werd niets meer vernomen.”

Welfare society

-De laatste decennia werd de organisatie nieuw leven ingeblazen, zij het met een andere invalshoek.

“Het is niet toegestaan onder de Indische wetgeving een militaire organisatie te vormen. Daarom is Chushi Gangdruk geëvolueerd naar een welfare society. We helpen Tibetanen met allerhande praktische problemen:Oude mensen voorzien van voedsel en onderdak, maar even goed studenten die financiële steun nodig hebben voor hun verdere studies bijstaan. Daarnaast zijn we ook een politieke organisatie. We sensibiliseren over de vrijheidsbeweging. Wereldwijd hebben we 38 afdelingen in onder andere India, Nepal, Amerika, Canada, Zwitserland en sinds kort ook in België. Als vereniging streven we naar onafhankelijkheid en niet ‘de middenweg’. We hebben een andere kijk op de te volgen Tibetaanse politiek. Vroeger gebruikte Chushi Gangdruk wapens. Die tijd ligt in het verleden, maar maakt wel deel uit van onze geschiedenis. Vandaag bereiken we niets met geweld. Nu moeten we praten met de verschillende partijen en proberen een verschuiving teweeg te brengen in hun gedachtegang op een vreedzame manier.”

-Is dat de reden voor jouw tournee doorheen Europa?

“Veel jongeren hebben interesse voor de geschiedenis van onze organisatie maar weten er weinig over. Het is hoog tijd dat het onderwerp ook aan bod komt in het lessenpakket van de scholen in ballingschap. Daarom ga ik op tour: om de jongeren hierover te onderrichten. Vorig jaar was ik in Amerika en nu in Europa. Telkens kon ik rekenen op grote belangstelling. De Tibetaanse overheid heeft in het verleden Chushi Gangdruk nooit officieel gesteund en ook vandaag kunnen we niet op hun support rekenen. Onze perspectieven staan haaks op het officiële discours. Individuele leden van de Tibetaanse overheid in ballingschap (zo’n 10% nvdr) steunen ons maar die kan in de algemene politiek niet hard gemaakt worden.”

Tonpa vs Sakyamuni

“Ik ben geboren in 1967 in Kyungpo, het zuidoosten van Tibet. Het dorp waar ik opgroeide had een zeker aanzien in de regio en mijn familie stond gekend om zijn leiderschap. Na de komst van de Chinezen veranderde alles en kregen we het hard te verduren. Van mijn drie broers en vijf zussen trad een broer in het klooster. De anderen – ook ikzelf – werkten op het land. Pas op latere leeftijd, toen ik twintig werd, besliste ik om ook in het klooster te treden. In 1986 kwam mijn lama op bezoek in het klooster in Tibet. Hij vertelde me over de Tibetaanse regering in ballingschap, de scholen, de kloostergemeenschap en de houding van de Indische overheid tegenover Tibetaanse vluchtelingen. Bij zijn terugkeer ben ik mijn leraar gevolgd om mijn religieuze studies verder te zetten in ballingschap.”

-Geshe la, u bent een bönpo. In het Westen is bön weinig – en voornamelijk als een sjamanistische en animistische religie – gekend.

“Er zijn meerdere tradities die onder de noemer bön vallen. De meest authentieke en langstlopende stroming beslaat de leer van de verlichte boeddha Tonpa Shenrab. Het is geen sjamanisme zoals vaak wordt gedacht. Tonpa Shenrab ontwikkelde een systeem voor het welzijn van de mens door middel van wijsheid en mededogen. In ons denken is boeddha Sakyamuni een leerling van Tonpa Shenrab. Een mening die natuurlijk niet gedeeld wordt door de vier scholen van het Tibetaans boeddhisme (lacht). In tegenstelling tot de leer van de Boeddha die vanuit India en China ons land bereikte, is bön authentiek Tibetaans. In essentie zijn er vele gelijkenissen met het boeddhisme op vlak van denken, rituelen en meditatie.”

-Waar zijn er dan verschillen met de leer van Boeddha?

“Naast het gebruik van het Zhangzhung (taal vernoemd naar het gelijknamige koninkrijk nvdr) nemen andere voorwerpen dan die van onze boeddhistische tegenhangers een prominente plaats in. In tegenstelling tot de dorje bij het boeddhisme, is de yungdrung een van onze belangrijkste symbolen. De yungdrung of swastika staat voor het onveranderbare en onverwoestbare. Voor de duidelijkheid dit heeft niets te maken met de ‘Europese’ swastika. Ook lopen de bönpo’s in tegenwijzerzin. Zowel Tonpa Shenrab als Sakyamuni liepen met de klok mee rond heilige voorwerpen en plaatsen. Boeddhisten namen die gewoonte over. Door echter in tegengestelde richting te lopen kom je hen tijdens jouw bedevaart ‘tegen’ in plaats van hen ‘voorbij’ te lopen. Ook de gebeden en mantra’s in onze gebedswielen en stupa’s worden omgekeerd opgerold.”

-Wordt bön nog veel beoefend onder de Tibetanen?

“Zowel binnen als buiten Tibet kan bön op heel wat aanhang rekenen. In de streek van mijn geboortedorp liep dat op tot 75% van de bevolking. De meeste kloosters bevinden zich in Tibet maar daar is door het huidige bewind weinig ruimte voor serieuze studie. In ballingschap zijn er in de loop der jaren een zestal kloosters gesticht met ongeveer 600 monniken. Ik verblijf in het Triten Norbutse klooster in Kathmandu (het orginele Triten Norbutse dateerde van de 14de eeuw in Centraal-Tibet en was een van de vier belangrijkste bön centra waar een complete opleiding tot de graad van geshe kon genoten worden. Tijdens de Culturele Revolutie werd het klooster volledig vernietigd, nvdr). In het westen van Nepal zijn er 18 bön kloosters waarvan sommige meer dan 1200 jaar oud zijn. Ook Mustang kent een lange traditie met Lubrak als oudste bön dorp van Nepal. Onder leiding van het Triten Norbutse werden daar enkele scholen en kloosters gebouwd en verder ontwikkeld.”

-Doorheen de jaren haalde het boeddhisme de bovenhand en marginaliseerde de bön, ook op politiek vlak. De Dalai Lama erkende in 1977 bön als vijfde belangrijkste spirituele traditie van Tibet waardoor ook bönpo’s deel konden uitmaken van het parlement.

“In 2002 werd ik verkozen en zetel sindsdien in het parlement als vertegenwoordiger van de bön. Ik zit nu mijn tweede en laatste ambt uit. Het is aan ieder lid van de regering, zowel de religieuze als de seculiere afgevaardigden, om de Sino-Tibetaanse relatie goed te begrijpen. Het is onze verantwoordelijkheid, maar geen sinecure, om verandering door te voeren of de politieke kijk te veranderen. De laatste jaren ben ik veel naar het Westen gereisd om onderricht te geven over bön. Het Europese hoofdkantoor, waar zowel Tibetanen als westerlingen over de vloer komen, bevindt zich in Frankrijk. Nu ben ik hier in de hoedanigheid van voorzitter van Chushi Gangdruk. In oktober vond de eerste ronde van de verkiezingen plaats om dan in maart 2011 over te gaan tot de definitieve stemming. Chushi Gangdruk schuift tien afgevaardigden voor het parlement en 3 voor eerste minister naar voren. Slechts 20% procent van de regering bestaat uit Khampa’s, maar in het parlement bepalen ze  de beslissingen mee. Dat is heel belangrijk.”

Ondertussen begint de woonkamer aardig vol te lopen. Naast de geshe en Kelsang die instaat voor de vertaling naar het Engels vervoegt ook haar man Lobsang, hun dochtertje en een vriend van het gezin ons. Lobsang, de man des huizes, vervult naast zijn job in een sushirestaurant niet alleen de rol van toegewijde vader, maar ook die van voorzitter van Chushi Gangdruk Belgium.  Hun website werd gelanceerd dankzij onze webmaster Karma (check http://chusigangdruk.be/ nvdr).

Lobsang: “Ik probeer zoveel mogelijk te doen voor de Tibetanen en Chushi Gangdruk. Omdat we een relatief nieuwe organisatie zijn zie ik het als mijn taak om duidelijkheid te scheppen waar we voor staan. Als voorzitter van de Belgische afdeling moet ik er op toezien dat we een sterke en serieuze organisatie uitbouwen. Net zoals de historische Chushi Gangdruk is het ons doel om de Tibetanen te helpen. We hebben onze eigen regels, zoals het verbod op alcohol, en hebben al enkele activiteiten op ons actief. Telkens konden we rekenen op veel volk. Op toekomstige demonstraties zullen we prominenter aanwezig zijn onder de Tibetaanse vlag en niet die van Chushi Gangdruk. De verzetsvlag halen we enkel boven als we onze eigen activiteiten organiseren. Het is belangrijker dat de mensen de Tibetaanse vlag kennen zodat ze goed het verschil weten tussen Tibetanen en Chinezen.”

-Een vlag die de lading dekt! Maar welke betekenis gaat er schuil achter de rebellenvlag?

Geshe: “De Chushi Gangdruk vlag heeft een oranje of gele achtergrond: de kleur van het boeddhisme en de vrede. De gekruiste zwaarden verwijzen naar de communistische symbolen hamer en sikkel en de overwinning hierover. Het ene zwaard is het traditionele Khampa wapen, het enige dat ze zelf konden maken, en staat voor moed en leiderschap. Het andere met de vlammen is het zwaard van Manjushree, de bodhisattva van wijsheid. Wijsheid dat over de onwetendheid van de communisten zal triomferen.”

Lobsang: “Toen ik nog in Tibet woonde hoorde ik soms verhalen over Chushi Gangdruk. Veel kende ik er toen niet van. De mensen waren te bang om er veel over te praten en ik leidde een ander leven met andere interesses: ik was monnik. Eenmaal in India kwam ik meer te weten over het verzet. Ik dacht dat ik meer ging kunnen verwezenlijken dan die vroegere leiders (algemene hilariteit in de kamer)! “

Geshe: “Het is goed dat een nieuwe, jonge generatie interesse toont voor de geschiedenis van Chushi Gangdruk. Ze doen hun best en net als de vroegere generaties hebben ze een doel voor ogen. Ook al bereiken ze niet altijd het gewenste resultaat, ze leveren de inspanning. Ook internationaal is er belangstelling. Er worden nog steeds boeken geschreven en gepubliceerd over de verzetsstrijders. Velen daarvan zijn in het Tibetaans, maar een deel werd vertaald of geschreven door oud-CIA agenten. Er komt trouwens een boek uit geschreven door een Belgische dame.”

-Birgit van de Wijer?

“Inderdaad. Ik heb haar vorig jaar ontmoet in Delhi toen ze research deed voor haar boek. Ze heeft verscheidene interviews gedaan met ex-militairen van het verzet. Jammer dat het boek in het Engels is en ik het niet kan lezen, maar ik heb er veel over gehoord.”

-Een laatste boodschap voor de Belgische Tibet-supporters?

“Ik wil alle activisten bedanken vanuit mijn hart. Overal hoor ik verhalen over steun die we krijgen hopelijk totdat we ooit onafhankelijkheid worden. Wanneer we ons doel bereiken hebben we het ook aan jullie te danken. Het sterke China zal op een dag haar macht verliezen. Dat éne China zal oog in oog komen te staan met 56 verschillende minderheden zoals Tibetanen, Oeigoeren, Mongolen… “

-Hartelijk dank voor dit interview.


Text and photo’s © Han Vandenabeele, december 2010

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s