In de ban van de mijn

In 2015 loopt China’s 12de vijfjarenplan op zijn einde. Kort na de oprichting van de Volksrepubliek werden deze economische doelstellingen in het leven geroepen en creëerden ze zowel voorspoed als catastrofes. Zo veroorzaakte de Grote Sprongvoorwaarts – het meest pijnlijke voorbeeld – een enorme industriële boost, maar verwaarloosde de landbouw met ongeziene hongersnood als gevolg. In het huidige ontwikkelingsplan richt Beijing zijn pijlen voornamelijk op een ecologisch verantwoorde en duurzame economie. Bijkomend belangrijk punt is het verkleinen van de sociale ongelijkheid door o.a. het aanwakkeren van de verstedelijking. De creatie van 45 miljoen jobs en de constructie van 36 miljoen woningen voor arme families moeten hier de klus klaren. In de Tibetaanse regio’s vertaalde dit zich in de ‘Comfortable Housing Policy’, waarbij tot op heden meer dan twee derden van de totale bevolking binnen de Tibetaans Autonome Regio (TAR) – ongeveer 2 miljoen mensen – moesten verhuizen. In Qinghai, dat grotendeels overlapt met de Tibetaanse provincie Amdo, leeft ondertussen 90% van de nomaden en herders een sedentair bestaan ‘dankzij’ deze strijd tegen armoede. Of de lokale bevolking enige inspraak heeft in en gebaat is met deze maatregelen is een andere kwestie. Van de communes tot de hedendaagse (gedeeltelijke) vrijemarkteconomie: voor China tellen eenmaal de cijfers en quota’s.

DIGITAL IMAGE

In het 12de vijfjarenplan neemt ook mijnbouw een prominente plaats in. Het oude Tibet kende kleinschalige delving van edele metalen zoals goud en zilver, maar het ontbrak elke vorm van moderne infrastructuur – op uitzondering van een kleine elektriciteitscentrale en een munthuis na. Een belangrijke reden hiervoor had een religieuze grondslag. Volgens de overlevering introduceerde Guru Rinpoche of Padmasambhava niet alleen het boeddhisme, hij voorzag de regio eveneens van vele bodemschatten. De ontginning van grondstoffen zou, zo wil het volksgeloof, het klimaat beïnvloeden en op die manier de landbouw onwrichten. De komst van de Chinezen maakte een einde aan de natuurlijke symbiose tussen mens en omgeving. Het Rode leger, met in zijn kielzog een bataljon geologen, opende niet alleen de weg naar het socialisme, maar eveneens de Tibetaanse bodem.

Goudkoorts

Met de bezetting verwierf de Chinese staat het eigendom van alle natuurlijke rijkdommen – door het simpelweg te claimen – en implementeerde vrijwel onmiddellijk de bodemexploitatie in zijn vijfjarenplanning. In een eerste fase moest voorzien worden in de stijgende vraag naar fossiele brandstoffen, zoals steenkool en olie. Vervolgens focusde China zich op koper als basis voor de industrialisatie en ontwikkeling van het Chinese binnenland. Een van de grootste koperreserves binnen de Volksrepubliek bevindt zich in de TAR. Daarnaast vormen ook goud en zout belangrijke aanwinsten voor het spijzen van de Chinese economie. Enkel de onherbergzaamheid en de geïsoleerde ligging van het hoogplateau kunnen voorlopig ietwat weerwerk bieden tegen China’s ongebreidelde drang naar natuurlijke mineralen.

China Gold_logo

In de laatste vijftig jaar ontgon men, van alle grondstoffen die Tibet rijk is, het meest goud. China groeide uit tot ‘s werelds grootste consument, producent en importeur van het edele metaal. Kleinere bedrijven werden in de loop der jaren opgekocht en grote spelers, zoals de China National Gold Group, domineren nu de markt. China Gold bezit mijnen in twee van de vijf autonome regio’s binnen de Volksrepubliek: Binnen-Monoglië en Tibet. Beide mijnen doen het goed. Volgens de officiële website mogen we over enkele jaren een verdubbeling van productiviteit verwachten. Maar dergelijke werken op grote hoogte houden risico’s in. Vorig jaar vond een aardverschuiving plaats in de buurt van de Gyama-mijn en bedolf een kamp van arbeiders. Het getroffen gebied, op ruim 65 km van Lhasa, besloeg een lengte van drie kilometer met twee miljoen kubieke meter aan modder, stenen en puin. De ramp kostte het leven aan 83 mijnwerkers, waarbij 2 Tibetanen, en gaf aanleiding tot kritische vragen rond China’s mijnbouwbeleid. De propagandamachine draaide onmiddellijk op volle toeren en officieel was er dan ook geen verband tussen de ramp en de delvingsactiviteiten. Officieel luidde de ware toedracht van de aardverschuiving ‘a natural geological disaster’. En China Gold drilde lustig verder.

Bij het googlen naar ‘China’,‘Mining’ en ‘Accident’ vliegen de hits je om de oren en spreken de koppen boekdelen: “Four killed in China mine accident”, “10 miners killed”, “Coal mining, most deadly job in China” …  Toch is de Chinese overheid optimistisch want het aantal doden in koolmijnen kent een dalende trend dankzij betere veiligheidsmaatregelen: van 1.973 in 2011 tot 1.049 in 2013. De eigenlijke cijfers liggen beduidend hoger: mijnbouwbedrijven zijn vaak geneigd tot onderschatten. De quota’s en cijfers, steeds van belang.

Groene revolutie

Spoiling Tibet
‘Spoiling Tibet: China and resource nationalism on the roof of the world’ van Gabriel Lafitte werd vorig jaar uitgegeven door Zed Books en beschrijft in 216 pagina’s de gevolgen van mijnbouw in Tibet (ISBN 978 17 803 24357).

Recent stelde de Australische onderzoeker en milieudeskundige Gabriel Lafitte zijn boek ‘Spoiling Tibet: China and resource nationalism on the roof of the world’ voor. Al jaren bestudeert Lafitte de impact van het Chinese ontwikkelingsbeleid op het fragiele Tibetaanse ecosysteem in het algemeen en mijnbouw in het bijzonder. “Drie specifieke koper- en goudmijnen staan centraal. Allemaal in dichtbevolkte gebieden rond de steden Shigatse, Chamdo en Lhasa. Niet alleen halen de kompels er miljoenen tonnen op, maar de sites zijn ook voorzien van een smelterij waar alles chemische geconcentreerd wordt tot puur metaal. In de gesteenten zitten ook grote hoeveelheden lood en zink die niet gerecupereerd worden. Het restafval bestaat dan ook uit zware metalen die in de omgeving worden begraven lang nadat de werken zijn afgelopen. Het meest onrustwekkende is dat al de opslagplaatsen zich in een straal van 5 kilometer van de Yarlung Tsongpo bevindt, op de rand van Tibets grootste rivier.”

China heeft zich altijd terughoudend opgesteld tegenover internationale verdragen rond broeikasgassen, de uitstoot van koolstofdioxide en vervuiling. Met het laatste meerjarenplan trekt Beijing de ecologische kaart. Om te spreken van een ware groene revolutie is het echter nog wat vroeg. Op het Chinese to-do lijstje staan dan ook de usual suspects: de bestrijding van de klimaatsverandering, natuurbehoud en –bescherming, een verantwoord waterbeheer, de preventie van rampen en het managen van grondstoffen. Het fragiele ecosysteem op het Tibetaanse plateau heeft dan ook nood aan een doordacht eco- en ontwikkellingsbeheer.

Niet alleen het voortbestaan van een unieke biodiversiteit, maar ook de leefomgeving van 2 miljard mensen hangt er van af. De Brahmaputa, de Ganges, de Gele Rivier en de Mekong: allen kennen ze hun oorsprong in Tibet en voorzien ze Azië van water. In de laatste 40 jaar smolten 20% van de gletsjers. De wijziging van het klimaat heeft dan weer invloed op de moesson waar lager gelegen gebieden afhankelijk van zijn. Nomaden moeten gedwongen verhuizen om de graslanden te beschermen. Volgens overheidsspreekbuis Xinhua heeft onderzoek aangewezen dat ‘in Tibet there is basically no pollution of water or atmosphere’. Na zestig jaar vreedzame bevrijding ‘ecological conservation has been progressing rapidly and environmental protection is being strengthened all-round in Tibet.’ De meningen zijn duidelijk verdeeld, maar een ding is zeker: het land van Guru Rinpoche ondergaat een serieuze make-over.

Gabriel Lafitte
Gabriel Lafitte vervult al meerdere jaren de rol van consulent van de Environment & Development Desk (EDD), het departement binnen de Central Tibetan Administration dat milieu en ontwikkeling in Tibet monitort en de publieke opinie hierover informeert.

Naast goud en koper wordt er ook op grote schaal lithium ontgonnen. Jaarlijks wordt er zo’n 1000 ton lithium gerecupereerd uit de droge zoutmeren voor de productie van mobiele telefoons, digitale camera’s, raketten en zelfs antidepressiva. Zo is er een Chinees bedrijf dat zich louter toelegt op de bouw van elektrische wagens, waar je veel batterijen en dus lithium voor nodig hebt. Zout kristaliseert op verschillende manieren, wat kan leiden tot sodium, magnesium en potassium: de basis van chemische meststoffen. Zout is niet alleen noodzakelijk voor menselijke voeding, maar is eveneens een basiscomponent in de plastiekproductie. Samen met olie en gas zijn in Tibet alle ingrediënten aanwezig voor een petrochemische industrie”, aldus Gabriel Lafitte.

Eco-Protest

De lokale bevolking ondergaat de transformatie van hun thuisland niet lijdzaam. Waar ontginningswerken plaatsvinden, steken hoe langer hoe meer protesten de kop op. Recent, in april 2014, kwamen Tibetanen in de provinicie Gansu nog de straat op om hun ongenoegen te uiten. De inbeslagname van hun land voor de bouw van een wegennet, gelinkt aan gouddelving en industrie, zette kwaad bloed. Gewapend met banners en slogans spraken de demonstranten zich uit over de vervuiling en het spirituele belang van de regio. Enkele arrestaties later kwam er een eind aan de betoging die twee dagen stand hield.

In Kham, augustus 2013, werden de eco-protesten iets hardhandiger ontvangen toen 500 ordetroepen dreigden het vuur te open op de demonstranten. Meer dan 1000 Tibetanen werden bestookt met traangas en meermaals geslagen toen ze enkele boeddhistische sites probeerden te beschermen tegen geplande – illegale – mijnactiviteiten. Ook Gabriel Lafitte had de eer en het genoegen kennis te maken met de Chinese autoriteiten: “Naar aanleiding van het 9de vijfjarenplan stelde China het wegwerken van de armoede voorop. Beijing overtuigde de Wereldbank een project te financiëren: de verhuis van 60.000 moslims in de provincie Qinghai, etnisch Tibetaans gebied. We confronteerden de Wereldbank hiermee en mochten ter plaatse op onderzoek gaan. China wist dat we kwamen: natuurlijk arresteerden ze ons. Ik heb het plezier gehad om zeven nachten door de Chinese geheime politie ondervraagd te worden. Ik had het verkeerde visum, was geen officiële afgevaardigde van de Wereldbank en had een verboden plaats gezien. Ik wou gerust schuldig pleiten, want als westerling kunnen ze me alleen het land uitzetten. Ik had geen angst voor martelingen hoewel ze zeiden dat ze me alles konden maken. Was ik een Tibetaan, ik zou het echt geloven. Ik heb een klein beetje ervaren wat vele Tibeanen meemaken.”

Een jaar voor het afsluiten van het huidige vijfjarenplan kunnen we ons (retorisch) afvragen of China zijn targets van groene ontwikkeling en sociale stabiliteit zal bereiken? Of worden het de streefdoelen voor de komende vijf jaar?


Tekst en foto’s © Han Vandenabeele – Dit artikel verscheen eerder in Lungta Magazine nr. 2 – http://www.lungtatibet.be

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s