Onrust en repressie stijgen in de Tibetaanse provincies Amdo en Kham

Het rommelt op het dak van de wereld. In de voormalige Tibetaanse provincies Amdo en Kham doorbrak de stem van verzet de laatste maanden de stilte. Deze gebieden vallen buiten de Tibetaans Autonome Regio (TAR) en worden door China niet erkend als Tibetaans grondgebied.

In de buurt van het Kirti-klooster ontnam op 16 maart de monnik Phuntsok zich van het leven door zelfverbranding. Het is niet de eerste maal dat er slachtoffers vallen in de omgeving van het klooster. Gelegen in de Tibetaanse Autonome Prefectuur Ngaba – de voormalige Tibetaanse provincie Amdo – staat Kirti gekend als een van de grootste en invloedrijkste kloosters van de regio, met een sterk gevoel van Tibetaanse identiteit. Precies drie jaar eerder opende de Chinese People’s Armed Police het vuur op vreedzame en ongewapende demonstranten. Er vielen toen minstens zeven doden en meerdere gewonden. In 2009 stak Tapey, eveneens monnik in Kirti, zichzelf in brand uit protest tegen het Chinese beleid.

De dood van de 20-jarige Phuntsok veroorzaakte een golf van paniek en verhoogde de spanning in de regio. Honderden monniken en leken kwamen op straat uit solidariteit met de overleden monnik. Uit angst voor verdere onlusten werd het klooster hermetisch afgesloten door een blokkade in de vorm van een muur en prikkeldraadomheining. Zwaar bewapende patrouilles houden het klooster de klok rond in de gaten en elke vorm van communicatie met de buitenwereld is verboden. Door de blokkade komt de toelevering van water en voedsel voor de 2500 monniken in het gedrang.

De Chinese patrouilles gebruiken deze incidenten naar aloude gewoonte als een legitieme manier om Tibetanen te arresteren en zonder eerlijke vorm van proces te berechten. Volgens bepaalde bronnen hebben al enkele honderden monniken Kirti verlaten en zijn minstens 300 onder hen gearresteerd. Verschillende monniken werden reeds berecht en veroordeeld tot meerdere jaren opsluiting.

Bovendien worden er verschillende Tibetaanse burgers uit de lokale gemeenschap vermist, onder wie de jongere broer en een oom van de monnik die zichzelf in brand stak. De monniken worden onderworpen aan een rigoureuze patriottische heropvoedingscampagne, waar ze de Chinese grondwet, het strafrecht en regels voor religieuze zaken moeten bestuderen. Tot nu toe zijn de oudere monniken er in geslaagd de gemoederen te kalmeren, maar naarmate de bezetting voortduurt heerst er angst voor een verdere escalatie. De gebeurtenissen in het Kirti-klooster lieten ook de internationale gemeenschap niet onberoerd. De Europese Unie veroordeelde China’s aanpak.

Ook in Kardze, in de oostelijke regio van Kham, kwamen Tibetanen op straat om hun ongenoegen te uiten. Tijdens de heilige boeddhistische maand van Saka Dawa kwamen monniken en nonnen op vreedzame wijze de straat op en scandeerden slogans voor de terugkeer van de Dalai Lama en een vrij Tibet. De protesten werden hardhandig neergeslagen en zette Beijing er toe aan een enorme troepenmacht in de regio te stationeren. Ondanks de opgelegde restricties in Kardze vierden duizenden Tibetanen de 76ste verjaardag van de Dalai Lama op 6 juli. Enkele nonnen werden ondertussen veroordeeld tot drie jaar cel voor hun aandeel in de protesten.


Text and photo’s © Han Vandenabeele, juli 2011

Belgische VN rapporteur benadrukt het belang van Tibetaanse nomaden

Het behoud van de nomaden en hun levenswijze werd ook nog eens onderstreept door Olivier De Schutter, speciale rapporteur van de Verenigde Naties inzake het recht op voedsel. Naast zijn functie bij de VN is Olivier De Schutter ook actief in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en doceert hij Europees recht en rechtstheorie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Tijdens zijn bezoek van 15 tot 23 december 2010 reisde de VN rapporteur op officiële uitnodiging door China. In zijn rapport verklaarde hij dat China in de laatste 30 jaar gigantische economische en sociale vooruitgang heeft geboekt. Miljoenen mensen werden uit de armoede getild (van 652 miljoen tot 135 miljoen tussen 1981 en 2004). Toch staat China nog voor grote uitdagingen.

“These challenges include improving the situation of people living in rural areas and the situation of rural migrant workers, improving security of land tenure and access to land, making a transition towards more sustainable agriculture, and addressing the areas of nutrition and food safety.”

Hoewel de voedselzekerheid enorm verbeterde benadrukte De Schutter dat het recht op voedsel uit vier aanvullende componenten bestaat. Om beschikbaarheid te garanderen moet er voedselveiligheid zijn op nationaal niveau. Daarop moet het voedsel toegankelijk zijn voor alle – ook kwetsbare – regio’s. Daarnaast moet er voldoende aandacht gegeven worden aan de toereikendheid van het voedsel, de voedingswaarde. Tot slot moet het voedselsysteem duurzaam en toekomst gericht zijn.

“At the same time, the massive transition of the Chinese economy and society over the past generation, as well as the threats represented by land degradation and climate change, have brought about their own challenges. Industrialization and urbanization increase pressure on farmland. Since 1997, China has lost 8.2 million hectares of arable land due to urbanization and forest and grassland replanting programmes… This shrinking of arable land represents a major threat to the ability of China to maintain its current self-sufficiency in grain.”

Hij maande de Chinese overheid aan hun politiek inzake nomaden en herders te herzien. Door allerhande beperkingen hebben de nomaden geen andere optie dan de verkoop van hun dieren en zich te hervestigen. Hij hoopt dan ook dat China investeert in de rehabilitatie van de graslanden en in dialoog gaat met de nomaden.

“Nomadic herders in Western Provinces and Autonomous Regions, especially in the Tibet (Xizang) and Inner Mongolian Autonomous Regions, are another vulnerable group. The Grassland Law adopted in 1985 both in order to protect grassland and in order to modernize the animal husbandry industry towards commodification has now been complemented by a range of policies and programmes, including ‘removing animals to grow grass’ and ‘returning farmland to forest’.”

“These programmes seek to address the degradation of pasture lands and control disasters in the low lands of China. They include measures such as grazing bans, grazing land non-use periods, rotational grazing and accommodation of carrying capacity, limitations on pastures distribution, compulsory fencing, slaughter of animal livestock, and the planting of eucalyptus trees on marginal farmland to reduce the threat of soil erosion. While there is little doubt about the extent of the land degradation problem the herders should not be put in a situation where they have no other options than to sell their herd and resettle.”

“The Special Rapporteur encourages the Chinese authorities to engage in meaningful consultations with herding communities, including in order to assess the results of past and current policies, and examine all available options, including recent strategies of sustainable management of marginal pastures. He also encourages the Chinese authorities to invest in rehabilitating pasture, and to support remaining nomads with rural extension. The potential of livestock insurance programmes should also be explored, as tested successfully in Mongolia. Such programs, which pay nomads to restock and recover after a major disaster, encourage nomads to keep herds at much smaller scale as they would not fear losing their herding activity after such disasters if covered by such insurances.”

Het recht op voedsel is misschien een atypisch voorbeeld van mensenrechten. Naast politieke en civiele rechten van individuen definieert de VN ook het recht op voedsel, wat eveneens een recht op land impliceert. De collectieve rechten van 2.5 miljoen nomaden die gedwongen worden te verhuizen worden geschonden. De missie vond plaats tijdens het goedkeuringsproces van het 12de vijfjarenplan van de Chinese Volksrepubliek.


Bronnen:

1. http://www.rsfood.org
2. text and photo’s © Han Vandenabeele, juli 2011

“Nomaden hebben het Tibetaanse plateau leefbaar gemaakt, alleen zij weten hoe het moet”

Tibet-activist en academicus Gabriel Lafitte over de noodzaak van verantwoorde ontwikkeling in Tibet

In maart keurde het Chinese Volkscongres het nieuwe vijfjarenplan goed, een reeks economische doelstellingen dat aan zijn 12de editie toe is. Voor het eerst gelanceerd in 1953, kort na de oprichting van de Volksrepubliek, creëerden de doelstellingen doorheen de decennia zowel voorspoed als catastrofes, zoals het tweede vijfjarenplan of de Grote Sprongvoorwaarts. In de volgende vijf jaar zal Beijing zijn pijlen voornamelijk richten op een ecologisch verantwoorde economie, kernenergie en meer sociale gelijkheid. Hoog op de agenda staat ook het terugdringen van broeikasgassen met 17 procent. China neemt dan ook een vijfde van de wereldwijde uitstoot voor haar rekening en ondertekende – net zoals de VS – het Kyoto-protocol niet. Daarnaast moet de binnenlandse consumptie gestimuleert en de import afgeremd worden. Ander belangrijk punt is het verkleinen van de sociale ongelijkheid – uit angst voor sociale onrust misschien – waardoor de verstedelijking moet aangewakkerd worden. Dit gaat gepaard met de creatie van 45 miljoen jobs en de constructie van 36 miljoen woningen voor families met een laag inkomen. De komende vijf jaar zijn volgens premier Wen Jiabao dan ook van cruciaal belang voor de economische transformatie van moederland China.

Enkele weken later – op 1 april – vond in Brussel een seminarie plaats waar het vijfjarenplan uit de doeken werd gedaan voor een internationaal publiek. Onder de aanwezigen bevond zich de Australische academicus en Tibetoloog Gabriel Lafitte. Als independent scholar en public policy analyst werkt hij al meer dan 30 jaar met Tibetanen en schreef tal van artikels en publicaties over geschikte ontwikkelingsmodellen voor Tibet, de exploitatie van grondstoffen, nomaden en urbanisatie. Als expert inzake milieu en ontwikkeling is hij dan ook een veelgevraagde gastspreker en -schrijver. Naast een professionele carriere als docent Aziatische studies aan de universiteit van Melbourne, waar hij recent op pensioen ging, vervult Gabriel Lafitte reeds meerdere jaren de rol van consulent van de Environment & Development Desk (EDD). Het EDD is het departement van de Tibetaanse Regering in Ballingschap dat milieu en ontwikkeling in Tibet monitort en de publieke opinie hierover informeert. Diezelfde 1 april, in de late namidag, hadden wij een onderhoud met Gabriel in het Tibetbureau in Brussel. Bij zijn intrede stak hij meteen van wal.

“Er was een grote diplomatieke delegatie uit China te gast in Brussel met als doel de ‘verkoop’ van hun nieuw jarenplan. Niet alleen aan EU-parlementariërs maar ook aan politieke analysten, journalisten en allerhande inlichtingenbureaus, al heb ik geen flauw idee over welke inlichtingen het ging (lacht). Ik had de mogelijkheid, wat de meeste Tibetanen nooit zullen krijgen, om een vraag omtrent Tibet te stellen aan een Chinese minister. Dergelijke kansen zijn me dierbaar. Maar je kent hun typische antwoorden èn toch zei hij iets interessant. Mijn vraag sneed het thema ‘water’ aan: China gebruikt water uit Tibet zonder de Tibetanen hiervoor te compenseren. Hij erkende dat de gebieden – en dus de mensen die hun voordeel halen uit het water – lager liggen dan het Tibetaanse plateau. Die manier van denken komt meer en meer voor in het debat rond klimaatsverandering en conservatieprojecten. In theorie noemen ze dit Payment for Environmental Services. Als ik mijn bossen en rivieren puur en niet-ontwikkeleld wil houden en mijn buurman plukt daar de vruchten van, dan moet daar iets tegenover staan. In de praktijk is dit niet zo simpel en moet er nagegaan worden hoe het mechanisme in elkaar zit: wie betaalt, wie incaseert… het roept vele vragen op. Maar het is een goed teken dat die Chinese minister het argument aanhaalde.”

“Ik heb juist een week Berlijn en enkele dagen Kopenhagen achter de rug. Nu doe ik Brussel aan en er volgen nog London en Wenen. Ik ben continue aan het spreken over milieu en ontwikkeling. De laatste 12 jaar werk ik op de EED in Dharamsala. Elk jaar ga ik voor enkele maanden naar India en werk er samen met de nieuwe generatie jonge Tibetanen. Zij moeten de wereld inlichten over Tibet hoewel ze geboren zijn in ballingschap. Ze hebben de kans niet om Tibet te bezoeken, wat het extra moeilijk voor hen maakt. In het begin was ik van plan te helpen met het zoeken naar inkomsten en het analyseren van rapporten. Iedereen op het bureau heeft minimum een universitair diploma uit India en vaak nog een tweede aan een westerse universiteit behaald. Een zeer mooie verwezelijking van deze generatie. Het enige probleem is dat ze gewoon waren essays te schrijven maar om een groot publiek te bereiken moet je schrijven met een zekere passie, with heart. Uiteindelijk werd een deel van mijn job hen aan te moedigen hun teksten meer te Tibetaniseren (lacht).”

Nomaden

“De meesten denken bij Tibet aan steden zoals Lhasa, de potala en de kloosters maar er is weinig urbanisatie in Tibet. In de 14de en 15de eeuw waren zelf kloosters traditioneel gezien tenten. Als je vandaag in Tibet rondrijdt en een berg overgaat zie je vaak maar een gebouw in de vallei, een klooster. Het maakt geen deel uit van een stad en bevindt zich ver weg van de drukte en het verkeer. De gebouwen staan geïsoleerd met enkel wat nomadententen in de nabijheid. Het is goed om mensen er aan te herinneren hoe het Tibetaanse landschap er uitziet.”

“Het zijn deze graslanden die volgens China in verval zijn geraakt en de oplossing voor dit probleem is het verplaatsen van nomaden. Archeologen hebben ontdekt dat nomaden al 9000 jaar in Tibet wonen. Dus met uitzondering van de laatste vijftig jaar, they seem to be doing alright. Volgens het 12de vijfjarenplan zullen ze allemaal verdwenen zijn tegen 2013. Daarom moeten we nu iets ondernemen en daarom ben ik in Brussel.”

Op het Tibetaanse plateau leven 2.5 miljoen nomaden die gedwongen worden zich te vestigen in barakken en betonenen blokken. Dit proces verloopt op een gigantische schaal. In the middle of nowhere springen dergelijke nederzettingen als paddestoelen uit de grond. In hun nieuwe omgeving zijn hun traditionele skills compleet nutteloos en China voorziet niet in aangepaste scholing. Mensen gaan van een betekenisvol naar een betekenisloos leven en dit met alle gevolgen vandien: alcoholisme, huishoudelijk geweld… kortom vernielde levens. Het gaat hier om een mobiel volk en het is juist die mobieliteit dat hen in staat stelt duurzaam te leven.”

“Nomaden hebben niet de know-how voor een stadsleven. Je kunt mensen niet zomaar veranderen en zeker niet op die manier. Weet, ik ben Australiër en het beleid doet met sterk denken aan de manier waarop wij vroeger de aboriginals behandelden, 100 jaar geleden.Toen zeiden we ook dat het voor hun eigen goed was. Jullie mensen zijn aan het uitsterven, jullie kunnen niet overleven in de woestijn. Gelukkig is er veel veranderd. Nu zouden we ze niet verplaatsen maar met hen samenwerken, met de nodige finaniciële steun en technische hulp. De nomadenkinderen zijn de toekomst van Tibet, maar het is een uitzichtloze.”

“De Chinese propaganda machine doet dan ook het nodige om de nomaden een aangenaam leven voor te spiegelen. De posters en affiches adverteren comfort: mooie woningen met elektriciteit, negen jaar basisonderwijs voor de kinderen en toegang tot de moderne economie. Een heel nieuwe en spannende wereld die voor hen opengaat. In realiteit zijn er heel veel settlements waar er geen school is en het enige publieke gebouw is een politiekantoor. Sommigen vallen mee, bij anderen is de situatie zeer triestig. Het varieert erg en er zit geen rechtlijnigheid in hun aanpak en beleid. In de jaren ’80 waren er nochtans mobiele scholen. Vroeger begreep men dat het niet noodzakelijk was de nomaden te settelen om de kinderen van een opleiding te voorzien. In Mongolië, ten tijde van de Sovjet-Unie, bereikten de nomadenkinderen een niveau van ongeveer 100% geletterheid. Er werd zwaar geïnvesteerd in onderwijs zoals goede kostscholen en een schoolrooster ingedeeld volgens het leven van de nomaden.”

Wetenschappelijk bewijs

“China heeft wetenschappelijke onderzoekcentra verspreid over het Tibetaanse plateau op plaatsen waar de kwaliteit van het gras zeer slecht is. Die gebieden worden nauwkeurig afgebakkend en dieren mogen er niet meer grazen wat resulteert in meer gras. Ze formuleren dit op de typische marxistische manier: de dialectiek tussen gras en dieren. Hoe meer dieren je hebt, hoe minder gras en omgekeerd. Tibetanen zien dit anders en zijn er altijd in geslaagd evenwicht te behouden.”

“Volgens de Chinezen zijn nomaden primitief, dom en ongeciviliseerd. Vanuit Chinees standpunt begint beschaving op de graslanden door het gras naar de dieren te brengen. Omgekeerd ben je primitief en een slaaf van de natuur. De samenleving begint wanneer je plant, oogst, voorraad opslaat en dieren gevangen houdt. Dit is de allereerste stap op de lange ladder naar beschaving en – uiteraard – staat bovenaan de communistische partij als voorbeeld voor iedereen. Beijing is geobsedeerd door het woord ‘beschaving’. Tijdens de briefing vandaag kwam het constant aan bod. Nu streven ze vooral naar ‘ecologische’ beschaving. Hun doel de beste te zijn is nogal dominerend (lacht).”

“De meeste grote internationale organisaties blijven weg van dergelijke projecten en geven zeker geen rechtstreekse steun. In het verleden zijn er wel enkele bedrijven op een negatieve manier betrokken geweest. Zo financieerde een Duitse firma de vergiftiging van heel wat dieren op de graslanden zoals marmotten en stokstaartjes. Volgens Chinese wetenschappers zijn dergelijk ongedierte een oorzaak van de degradatie van de graslanden. Internationale wetenschappers beweren juist dat ze een gevolg of een symptoom zijn van verval. Volgens hen zijn die bepaalde dieren keystone species en staan ze in het centrum van het ecosysteem. Ze eten de wortels in de grond maar zorgen door het omwoelen dat er lucht in de aarde komt. Maar als je hen vergiftigd zullen grote dieren zoals wolven, beren en gieren ook vergiftigd worden. Er is gelukkig weinig internationale betrokkenheid hierbij maar aan de andere kant is er ook weinig internationale interesse voor dit onderwerp.”

“De nomaden hebben altijd in evenwicht met hun omgeving geleefd waardoor de impact op het eco-systeem gering was. Als mobiel volk maakten ze extensief gebruik van het land: ze gebruikten alles behalve de meren en de bergtoppen boven de sneeuwlijn. China koos voor een intensief landgebruik: urbanisatie, treinen, industrie… kortom geconcentreerde ontwikkeling. Gebieden zonder menselijk nut moeten ontvolkt worden. Op het Chinese binnenland in mindere mate en heb je nog steeds grote boederijdorpen.”

“De nomaden hebben het Tibetaans plateau leefbaar gemaakt doorheen de eeuwen en zij zijn de enigsten die weten hoe ze dat moeten doen. Tibet moet terug een beschermd gebied worden. Dit is ook wat de Dalai Lama in 1989 in Straatsburg verkondigde. Hij verklaarde dat Tibet een refuge of toevluchtsoord moest worden voor de wereld. Een plaats dat ‘natuurlijk’ moet blijven en tegelijk een mooie economische toekomst zou hebben met toeristen van over de hele wereld.”

Global warming

“China heeft zich altijd terughoudend opgesteld tegenover internationale verdragen over broeikasgassen, de uitstoot van koolstofdioxide en vervuiling. Volgens Chinese wetenschappers heeft de opwarming van de aarde ook zijn voordelen. Als je hedendaags China opdeelt in verschillende klimaatzones dan vermindert de vegetatie naarmate je dichter bij Tibet komt. Chinese studies wijzen aan dat bij een klimaatstijging van 4 graden -hoewel er internationaal wordt gestreeft voor een maximale stijging van 2 graden – Tibetaanse gebieden in aanmerking zouden komen voor agricultuur. Zelfs met een daling van 10 procent regenval dan nog zou Tibet uiterst geschikt zijn voor Chinese agricultuur.”

“Opeens zou Tibet ‘beschikbaar’ zijn, wat zeer belangrijk is in het Chinese denken. Van alle 55 nationale minderheden zijn de Tibetanen samen met de Oeigoeren uit Xinjiang de enige twee die nog niet geassimileerd zijn. De Tibetanen zitten als een visgraat vast in de keel van China, die niet in staat is ze door te slikken of er vanaf te geraken. Een pijnlijke zaak voor alle partijen en niemand weet wat te doen. Een van de fundamtale redenen waarom China er nog niet in slaagde Tibet volledig te absorberen is het falen van hun klassieke strategie. Bij de kolonisatie van Binnen-Mongolië, maar ook in de 18de en 19de eeuw tijdens de verovering van Sichuan en Yunnan, gebruikten ze een dubbelledige aanpak: soldaten en boeren. Ze stuurden hun soldaten om te veroveren en hun boeren om voedsel te voorzien. De boeren creëerden een Chinese bevolkingslaag met een eigen markt, een zelfbedruipende economie voor de Chinese kolonisten. Er is een groot verschil tussen veroveren en heersen. Veroveren kan vanop het paard maar om echt te heersen moet je afstappen en iets doen. Alleen in Tibet was die strategie niet succesvol. Om simpele klimatologische redenen. Het is gewoon te koud in Tibet voor Chinese agricultuur. In de jaren ‘50 probeerden de Chinezen verschillende soorten gewas te planten maar alles mislukte, met een ongeziene hongersnood als gevolg.”

“Als je kijkt welke invloed de klimaatsveranderingen nu reeds op Tibet hebben dan is dat rampzalig. Zo is er in de maanden september en oktober al een stijging in neerslag. Dat is de de periode van het oogsten. Teveel neerslag kan leiden tot het rotten van de oogst. De stijging van het klimaat zorgt er weer voor dat de permafrost sneller begint te smelten. Normaal begint dit in de lente, wanneer de wortels in de aarde schieten en het ijs omgezet wordt in water. Wanneer dit proces vroeger start is het water reeds gesmolten voordat de wortels groot genoeg zijn. Op deze manier zullen de vele draslanden – China noemt ze moerassen – die Tibet rijk is stilaan verdwijnen.”

Water

“Volgens Chinese berekeningen zit er dankzij de opwarming van de aarde nog een giganische bonus aan te komen dankzij de smeltende gletsjers. Voor de rest van de eeuw zou dit een stijging van zeker 20 procent meer water met zich meebrengen. Waarom zouden ze verdragen moeten ondertekenen om het klimaat onder controle te krijgen? China als grote vervuiler kreeg natuurlijk al de nodige kritiek van de internationale gemeenschap. Daarop creëerden ze tal van groene zones en nationale parken… die allemaal in Tibet liggen. Het beschermd gebied in Tibet is groter dan alle nationale parken in China samen. Aan een kant is dit goed nieuws want en deel daarvan moet beschermd worden. Zoals de Chang Tang, een woestijn op grote hoogte dat niet bewoond is en waar de dieren in de zomer hun jongen komen baren. Maar China heeft het beschermd gebied enorm uitgebreid met een regio waar alle grote rivieren beginnen en waar de nomaden wonen. Voor hen is het wetenschappelijk noodzakelijk om alle nomaden te verplaatsen. Om meer gras te laten groeien en de watervoorziening van China te beschermen.”

“Je hebt nog een andere regio in de provincie Yunnan waar de Three Parallel Rivers stromen. Je vindt er de Yangtze en de meest internationale rivier van Azië, de Mekong, terug. China overtuigde Unesco ervan de regio te erkennen als werelderfgoed maar pakte het slim aan. Enkel de diepe dalen waar de rivieren in stromen werden beschermd, de feitelijke rivierbedding niet. Daar worden nog steeds hydrodammen gebouwd. De constructie van dammen in Tibet is aan haar tweede hoogtepunt toe. In de jaren ‘60 vond de eerste piek plaats maar weinig mensen weten dit. In die periode was China compleet paranoïa en zag overal vijanden waaronder Amerika en de Sovjet-Unie. Ze kozen Tibet uit als minst bereikbare plaats voor de andere grootmachten. Als voorbereiding op een derde wereldoorlog voltrok zich een ware industriële en militaire revolutie in Tibet. Het grootste meer van Tibet vormde het bouwwerf voor de nucleaire raketten van hun duikboten. Dat is nauwkeurig vastgelegd door Amerikaanse historici. Meer zelfs, wat de Chinezen vroeger ‘Atomic city’ noemden is nu een gigantische attractie. Uiteraard niet voor westerlingen, maar voor patriotische Chinezen. Er is een grote markt voor dergelijk ‘rood’ toerisme.”

Mijnbouw

“In het 12de vijfjarenplan neemt ook mijnbouw een prominente plaats in. Hoewel dit reeds op grote schaal voorkomt staan er drie specifieke mijnen aan te komen, allemaal koper en goud. De mijnen bevinden zich in de omgeving van de grootste steden van de Tibetaans Autonome Regio: Shigatse, Chamdo en Lhasa. Het gaat hier over een sterk ontwikkelde mijnindustrie. Niet alleen zal er voor miljoenen tonnen opgehaald worden maar de sites zijn ook voorzien van een smelterij waar alles chemische geconcentreerd zal worden tot puur metaal. Dit gebeurt met de hulp van een Canadees bedrijf dat medeëigenaar is. Dergelijke industrie zorgt uiteraard voor veel afval. De rijkste opslagplaatsen in de wereld bevatten minder dan 1 procent koper of nog minder voor goud. Per definitie moet je 100 ton stenen opgraven, vervolgens vermalen tot poeder en gedurende een week chemisch koken om een concentraat te verkrijgen dat uit 25 procent koper bestaat. Gigantische hoeveelheden elektriciteit zetten het concentraat om in puur metaal. In de gesteenten zitten ook grote hoeveelheden lood en zink die niet gerecupereerd worden. Je blijft dus zitten met afval van zware metalen dat in de omgeving wordt begraven lang nadat de werken zijn afgelopen. Het ergste is dat al de opslagplaatsen zich in een straal van 5 kilometer van de Yarlung Tsongpo bevindt, op de rand van Tibets grootste rivier. Voordat het mijnen van start ging hebben wetenschappers van de universiteit van Oost-Finland het water van verschillende rivieren getest. Ze concludeerden dat er op natuurlijke wijze al veel zware metalen in het water zitten want Tibet is een jong land dat nog steeds aan het rijzen is.”

“Naast goud en koper wordt er ook op grote schaal lithium ontgonnen. Jaarlijks wordt er 1000 ton lithium gerecupereerd uit de droge zoutmeren voor de productie van mobiele telefoons, digitale camera’s, raketten en zelfs antidepressiva. Zo is er een Chinees bedrijf dat zich toelegt op de bouw van elektrische wagens, waar je veel batterijen en dus lithium voor nodig hebt Het bedrijf kondigde aan dat ze over een monopolie beschikte van een zoutmijn in het verre westen van Tibet. Een zeer ontoegankelijk gebied. Je zou even goed zout kunnen gaan winnen op de Noordpool. Zo zijn ze zelfs in geslaagd hun aandeelprijs op de Hongkong Stock Exchange op te krikken. In de zoutmeren van Qinghai is het probleem veel erger. Het klimaat wordt droger en zorgt voor de verdamping van het water wat resulteert in gewoon zout. Het zout kan kristaliseren op verschillende manieren wat kan leiden tot sodium, magnesium en potassium, de basis van chemische meststoffen. Zout is niet alleen noodzakelijk voor menselijke voeding maar is eveneens een basiscomponent in de plastiekproductie. Samen met olie en gas zorgt dit ervoor dat alle ingrediënten voor een petrochemische industrie aanwezig zijn. En Tibet heeft een giganistche petrochemie, ook al willen de meeste westerlingen daar niets over weten! We hebben graag een romantisch beeld van Shangri la.”

Wereldbank & Nationale Geheime Dienst

“Naar aanleiding van het 9de vijfjarenplan had China een waslijst van verbeteringen opgesteld voor het wegwerken van de armoede. Ze overtuigde de Wereldbank een project te financiëren: de hervestiging van 60.000 moslims in de provincie Qinghai. In een afgelegen gebied, waar olie en zoutmijnen aanwezig zijn, planden ze een dam waardoor irrigatie mogelijk zou worden zodanig dat een grote groep Han Chinezen er een nieuw leven konden stichten. De Wereldbank wist niet dat het over een etnisch Tibetaans gebied ging want het maakte geen deel uit van de TAR. De Tibetanen konden dit niet zelf tegenhouden. Daarom moest een groep westerlingen dit onderzoeken. We hebben de Wereldbank geconfronteerd en hoewel ze vastberaden waren om het project te steunen begon de twijfel toe te slaan. Het was dan ook een controversieel plan van China en er kwam een compromis. In theorie gingen ze doorgaan met het project maar in praktijk moest er ter plaatse onderzocht worden. Ze legden de nodige druk op China en een onderzoekscommissie zou toegelaten worden en met de lokale bevolking kunnen praten.”

DSC_0008 - kopie

“We waren met drie personen, waaronder een Amerikaanse onderzoeker en een Tibetaanse vriend als lokale gids. Het was een zeer moedige beslissing van hem om zich kandidaat te stellen als tolk, wetende wat de risico’s konden zijn. Ik had hem 24u bedenking gegeven maar hij wilde enkel weten of we succesvol gingen zijn. Ik verzekerde hem dat de rest van de wereld zeker op de hoogte ging gebracht worden en dat we het project konden tegenhouden. Hij twijfelde geen minuut. Dus samen gingen we op missie naar China goed wetend dat de kans bestond dat de Chinezen hun beloftes niet gingen nakomen. We hebben het zeer openlijk aangepakt, ze wisten dat we kwamen en… natuurlijk arresteerden ze ons. Ik heb het plezier gehad om zeven nachten door de Chinese nationale geheime politie ondervraagd te worden.”

“Er werd me constant gevraagd waar ik exact geweest was sinds mijn aankomst in China. Telkens opnieuw om me uit te putten en telkens probeerden ze me te betrappen op tegenstrijdigheden. Uiteindelijk waren ze daar niet in geïntereseerd. Belangrijker waren mijn activiteiten in de Australische Tibet Support Group. Ik had zogezegd het verkeerde visa, was geen officiële afgevaardigde van de Wereldbank en had een verboden plaats gezien. We waren geen toeristen want we stelden te veel vragen en hadden daarom een journalisten visa nodig. Onze chauffeur – die ons toegewezen was – had ons langs een gevangenis gereden waardoor we een verboden plaats hadden gezien. Ik wou gerust schuldig pleiten want als westerling kunnen ze me alleen het land uitzetten. Ik had geen angst voor martelingen hoewel ze zeiden dat ze alles konden doen wat ze wilden. Was ik een Tibetaans, ik zou het echt geloven. Ik heb een klein beetje ervaren wat vele Tibeanen meemaken. Mijn Tibetaanse vriend, die nu in Dharamsala woont en werk voor Wildlife Trust India, is zeer bekwaam en intelligent en we hadden een strategie afgesproken in geval van arrestatie. Het was zeer simpel en de Chinezen zouden het wel aanvaarden: play stupid. Op een gegeven moment waren ze ons beu en werden we buitengezet. Mijn Amerikaanse vriend heeft ernstig geleden tijdens de ondervraging. Uiteindelijk viel hij uit het raam van de derde verdieping. Onze inspanningen zijn niet voor niets geweest en de Wereldbank zette het project still. Tibetanen in Tibet zien dit als een van hun grootste overwinningen. Het toont aan dat TSG en Tibetanen in Tibet succesvol kunnen zijn tegen Beijing.”


Bronnen en achtergrondinformatie:

1. Wie meer wil weten over het lot van de Tibetaanse nomaden en de ontwikkelingen in Tibet kan terecht op www.rukor.org. “Rukor is een woord dat zelfs veel Tibetanen niet kennen. Het wordt enkel gebruikt door de nomaden die daarmee een cirkel van tenten bedoelen. Het is een traditionele manier van beslissingen nemen. Als je kijkt hoe China te werk gegaan is met de nomaden, zit je tussen extremen. Van communes tot individuele gezinnen. Rukor is de middenweg. Voor Tibetanen is er altijd een Middle Way,” aldus Gabriel Lafitte. Extra informatie vind je ook terug op www.tibet.net waar rapporten van het DIIR terug te vinden zijn.
2. text and photo’s © Han Vandenabeele, juli 2011

Voorzitter NDPT te gast in ons land

We ontmoetten Chime Youngdung in Brussel-Centraal tussen zijn vele afspraken door. Chime, voorzitter van de National Democratic Party of Tibet (NDPT) was te gast in België van 21 tot 27 juni. Op vraag van en gecoördineerd door United Nations for a Free Tibet (UNFFT) bezocht Chime gedurende een maand zes verschillende Europese landen: Duitsland, Spanje, Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk. Tijdens zijn verblijf aan ons land had Chime een druk gevuld agenda. Naast enkele vergaderingen met oa Vrienden van Tibet, les Amis du Tibet Luxembourg en Tashi Wangdi van het Tibetbureau in Brussel sprak hij voor de Tibetaanse gemeenschap en de Tibet Intergroup in het Europees Parlement. Later op de week vond er een onderhoud plaats met vertegenwoordigers van drie Belgische politieke partijen (Ward Kennes van CD&V, Eva Brems van Groen! en Rik Verwaest van N-VA). Tijdens deze Europese tournee deed Chime uiteenzettingen over de NDPT, de opkomende verkiezingen en het belang van democratie.

“De Europese tour heeft een tweeledig doel. Aan de ene kant is het – uiteraard – belangrijk om meer ruchtbaarheid te geven aan
onze partij, National Democratic Party of Tibet (NDPT), en voeren we campagne voor onze kandidaat parlementariërs en eerste ministers. Maar aan de andere kant is het ook belangrijk om de Tibetanen in Europa te sensibiliseren over de aankomende verkiezingen en het belang van een democratisch systeem.“

“De komende verkiezingen zorgen voor de nodige spanning en opwinding onder de Tibetaanse bevolking. Nieuwe leiders kiezen betekent ook nieuw vertrouwen opbouwen. Daarom voeren we discussies aan en moedigen we ze verder aan. Of je nu kiest voor middenweg of rangzen (onafhankelijkheid, nvdr), het belangrijkste is dat je weet waar ze voor staan. Beide opties willen op hun manier het Tibetaanse volk steunen. Zijne Heiligheid de Dalai Lama streed al het grootste deel van zijn leven voor Tibet. Hij is onze leider en we geloven in hem. Daarom blijven we achter zijn middenweg staan. Anderzijds leven we – op initiatief van de Dalai Lama – in een democratie en hebben we recht op onze mening. Zo is het mogelijk om ook rangzen op tafel te leggen en te bespreken. Sommige mensen hebben er vaak een verkeerd beeld van. Het is niet omdat je een voorstander bent van onafhankelijkheid dat je je daarom tegen Zijne Heiligheid keert. Zo zit het niet in elkaar. Er moeten verschillende opinies en meningen zijn. Enkel zo kunnen we groeien.“

“Iedere Tibetaan die 18 jaar is en houder van het Green Book (een soort Tibetaans vluchtelingenpaspoort uitgeven door de overheid in Dharamsala, nvdr) mag stemmen. Het is wel belangrijk op voorhand te registreren en dat kan vanaf deze maand (de registratie moest voltrokken worden tussen 18 juni en 18 augustus 2010, nvdr). Eenmaal geregistreerd kan je in elke gemeenschap stemmen onder het oog van een stemcomité.”

“Ons democratiseringsproces is een natuurlijk proces. We evolueren in de goede richting, maar er is nog veel werk aan de winkel. Zo krijgen monniken nog steeds twee stemmen. Deze traditie gaat terug naar een ‘once upon a time in Tibet’ en kloosters nog alle macht in handen hadden. Tot op vandaag blijft dit een gevoelig onderwerp in onze gemeenschap. In ballingschap zijn de monniken opgeleid in brede zin van het woord: ze weten wat er in de wereld rond hen gebeurt en zijn op de hoogte van politiek. Op een bepaald moment zullen ze zelf inzien dat ook zij slechts een enkele stem nodig hebben. That’s common sense and a natural evolution. Tijdens mijn campagne in India heb ik de grootste kloosters bezocht om er te spreken. De interesse was immens en de reacties achteraf waren positief. Zes jaar geleden zou dit niet mogelijk geweest zijn, maar alles is in beweging. We leven in de 21ste eeuw en moeten meegaan met de tijd. We zijn, slowly slowly, op de goede weg.”

“Veel zal ook afhangen van onze toekomstige parlementariërs en eerste ministers. Het is aan de jonge generatie om verandering te brengen. Zij vormen de nieuwe leiders. China will shake! Ik geloof er in ieder geval in. In Tibet zijn er zoveel jongeren die iets willen ondernemen maar niet kunnen. In ballingschap hebben ze die kans wel en is het onze taak  hen daarin te steunen. We hebben nood aan advocaten, mensenrechtenactivisten…: opgeleide mensen. Momenteel volgen meer dan 100 Tibetaanse studenten politieke wetenschappen. Dat is een succes! Vanaf de begindagen in ballingschap onderstreepte Zijne Heiligheid het belang van een goede opleiding.”

“Deze week in België was een leerrijke ervaring en een sterke start van de tournee. Alles werd in goede banen geleid door UNFFT en er was een rijk gevuld agenda. Hoogtepunt voor mij als partijvoorzitter was het onderhoud met Thomas Mann en de Tibet Intergroup in het Europees Parlement. Ook de gesprekken met de Belgische politici en Tashi Wangdi waren zeer interessant voor me. Het doet deugd om te zien dat we ook hier veel steun krijgen. Vrienden van Tibet en de andere supportgroepen doen mooi werk. Ik hoop dan ook dat ze de Tibetaanse zaak blijven steunen.“


Text and photo’s © Han Vandenabeele, december 2010

Mooie praatjes helpen niet meer: Tibet anno 2009

Dit jaar staat in het teken van vijftig jaar ballingschap en zestig jaar Chinese onderdrukking voor het Tibetaanse volk. Deze gelegenheid zorgde ervoor dat de Chinese autoriteiten in opperste staat van paraatheid verkeerden. Een enorme troepenmacht controleerde het Tibetaanse plateau om een herhaling van de opstanden in ’59, ’87-’88 en 2008 te vermijden.

Alle extra veiligheidsmaatregelen in het achterhoofd houdend vond Beijing een halve eeuw democratische hervormingen een plechtige herdenking waard. In de Chinese hoofdstad werden de deuren geopend voor de ‘50th Anniversary of Democratic Reforms in Tibet Exhibition’. De tentoonstelling toonde aan de hand van propagandamateriaal – oude foto’s van verminkte Tibetanen en foltertuigen – de bevrijding van de Tibetaanse samenleving. Tijdens zijn bezoek aan de tentoonstelling sprak de Chinese president Hu Jintao over ‘de verdiende, goede situatie in hedendaags Tibet die gekoesterd moet worden’ en benadrukte dat ‘Tibet evolueert naar een vreedzame en stabiele omgeving’.

Om de Chinese interpretatie van 1959 kracht bij te zetten werd 28 maart uitgeroepen tot nationale feestdag: Serfs’ Emancipation Day. De ‘Bevrijdingsdag van de slaven’ moet een jaarlijkse herdenking worden aan de omverwerping van het oude Tibet en de dag waarop China de Tibetaanse regering nietig verklaarde. ‘Het begraven van het feodaal slavensysteem en de bevrijding van een miljoen lijfeigenen was een natuurlijk proces in de geschiedenis… Een mijlpaal in de wereldwijde campagne voor de afschaffing van slavernij, een teken van vooruitgang van de mensenrechten’, zo liet Zhang Qingli, gouverneur van Tibet, weten op de website van het staatsagentschap Xinhua.

De jeugd van tegenwoordig

Vijf decennia Chinese overheersing hebben de Tibetaanse maatschappij dan wel grondig veranderd, de tijd is de Tibetaanse honger naar vrijheid en gerechtigheid blijven voeden. Zeker de jongere generatie vluchtelingen die vaak hun thuisland nooit gezien hebben laten hun stem steeds luider horen. Zij vormen het merendeel van het Tibetan Youth Congress (TYC) en maken zo een belangrijk deel uit van de grootste ngo onder de Tibetaanse vluchtelingen. Tsewang Rigzin, de 38-jarige voorzitter van het – naar eigen zeggen – 10.000 koppige congres was in maart in ons land. In Brussel stond hij de pers te woord naar aanleiding van hun actie ‘Indefinite Faste for Tibet’. Tsewang Rigzin groeide op in India en emigreerde in 1993 naar de Verenigde Staten. Beroepshalve kende hij verschillende loopbanen, van horeca tot vertegenwoordigen van hypotheken. Zijn politiek activisme bleef echter de rode draad doorheen zijn volwassen leven. In Amerika leidde hij verschillende afdelingen van het TYC en in 2007 werd hij verkozen tot voorzitter van de organisatie. Hij ruilde Amerika in voor India en heeft sinds zijn aanstelling als voorzitter de handen vol met het managen van zijn groepering.

Op deze historische dag (10 maart, nvdr) lanceert TYC een vasten van onbepaalde duur voor Tibet. Na het beëindigen van de demonstratie gaat de vastenactie van start voor de Chinese ambassade hier in Brussel. Deze hongerstaking onderstreept de noodzaak en urgentie van onze strijd. We hebben een lijst eisen voor de Chinese overheid: onder andere de stopzetting van haar koloniale politiek en de vrijlating van alle politieke gevangenen en arrestanten tijdens de protesten vorig jaar zijn vermeld. Er moeten ook onafhankelijke EU-onderzoeksmissies toegelaten worden en er moet een einde gemaakt worden aan de gedwongen hervestiging van nomaden en boeren.”

“We roepen hiervoor de hulp in van de Europese instellingen. Aan het Europees Parlement en haar ministers vragen we China onder druk te zetten om de harde aanpak- en heropvoedingscampagnes een halt toe te roepen. Ook de aanstelling van een speciale EU-vertegenwoordiger voor Tibet zou nieuwe inzichten en steun kunnen opleveren voor onze zaak.”

Op dit moment is de situatie in Tibet verschrikkelijk. China mobiliseerde duizenden extra manschappen militair personeel naar de regio. Er bevinden zich sluipschutters op de daken van kloosters en er wordt harder dan ooit opgetreden tegen de bevolking. De laatste vijf decennia is de ergste periode in onze 2000 jaar lange onafhankelijke geschiedenis. Meer dan 1 miljoen Tibetanen stierven als gevolg van de Chinese bezetting. Ons cultureel erfgoed – meer dan 6000 kloosters – werd verwoest. Beijing blijft volharden in zijn politiek van etnische assimilatie en marginalisatie van de Tibetaanse bevolking. Er is een totaal gebrek aan fundamentele mensenrechten. Om potentiële protesten te vermijden lanceerden de autoriteiten een 42-daagse strike hard-campagne. Meer dan 5000 Tibetanen werden ondervraagd en 81 Tibetanen gearresteerd. Het dagelijkse leven op het Tibetaanse plateau gaat gebukt onder een staat van beleg. Het is dan ook onze taak om de internationale gemeenschap hiervan op de hoogte te brengen en hun hulp in te roepen.

Het grote publiek is vaak niet op de hoogte van de wanpraktijken die plaatsvinden op het dak van de wereld. Nieuws over de regio haalt veelal de internationale media niet of verschijnt ergens in de marge. In januari werd naar aanleiding van een vreedzame protestactie de jonge Tibetaan Pema Tsepak doodgeslagen door de Chinese politie. De 24-jarige schilder trok op 20 januari met enkele vrienden de straat op. Gewapend met een spandoek ‘Onafhankelijkheid voor Tibet’ en zelfgemaakte Tibetaanse vlaggen riepen ze de omstaanders op niet deel te nemen aan Losar, het Tibetaanse Nieuwjaar. Chinese agenten arresteerden de demonstranten. Pema Tsepak kwam na drie dagen mishandeling vrij maar stierf aan zijn verwondingen in het ziekenhuis.

Vorige maand stak een monnik zichzelf in brand uit protest tegen het Chinese beleid. Enkele dagen geleden ontvingen we er foto’s van. Het incident viel voor in Aba, een etnisch Tibetaanse regio in de Chinese provincie Sichuan. Op 27 februari probeerden monniken van het Kirti-klooster deel te nemen aan de festiviteiten ter ere van Monlam. Zij werden de toegang tot het klooster geweigerd en keerden daarom terug naar hun vertrekken. Het klooster was een centrum van verzet tijdens de grote onrusten vorig jaar. Een monnik, genaamd Tapey, verliet echter het klooster. Zwaaiend met de Tibetaanse vlag stak hij zichzelf in brand. Nadat de politie arriveerde en drie schoten afvuurde, werd de jongeman afgevoerd naar een niet nader gekende locatie. China beweert dat de monnik werd behandeld voor zijn brandwonden aan nek en hoofd. Er is sindsdien niets meer over hem vernomen.

EU-Resolutie

Het TYC is ook de leidende groepering in ballingschap van de Tibetan People’s Uprising Movement, een overkoepelende beweging waar ook Tibetan Women’s Association en Gu Chu Sum deel van uitmaken. Het TYC was de initiatiefnemer van de mars richting Tibet, een protestactie tijdens de Olympische Spelen in Beijing. Als de meest militante onder de Tibetaanse organisaties in diaspora staat het TYC gekend voor hun radicale maar vredevolle acties. De organisatie werd opgericht in 1970 met de goedkeuring van de Dalai Lama en streeft naar de onafhankelijkheid van heel Tibet. Daarnaast fungeert ze als drijvende kracht voor hervorming en democratisering binnen de Tibetaanse gemeenschap.

Het is een hongerstaking van onbepaalde duur. De tijdspanne hangt af van de reacties op de actie en van de situatie in Tibet. Om eerlijk te zijn krijgen we veel steun van de Europese instellingen en vooral van het Europese Parlement. Maar nu, nu hebben we resultaten nodig. De tijd dringt voor onze natie. Vandaag is een historische, maar droevige dag voor ons. Een halve eeuw van Chinese bezetting en leven in ballingschap. Ik ben persoonlijk nog nooit in Tibet geweest en heb het land nog nooit gezien. Dat stemt me triest. Maar aan de andere kant mogen we zeker de moed niet laten zakken. We moeten blijven doorgaan met onze strijd en vandaag symboliseert dit des te meer. We moeten onze solidariteit tonen met de Tibetanen binnen Tibet die het Chinese regime blijven uitdagen. Al 60 jaar riskeren ze hiermee hun leven. Wij in de vrije wereld moeten hen eren met concrete acties. Mooie praatjes helpen niet meer.”

“Ons uiteindelijk doel is onafhankelijkheid en daar blijven we naar streven. Maar er zijn uiteraard verschillende factoren waar je rekening mee moet houden: ontwikkelingen op mondiaal vlak, kennis van het Chinese leiderschap en de evolutie binnen onze eigen gemeenschap zijn daarom belangrijk. We moeten zicht hebben op alles en onze strategieën daaraan aanpassen. Onafhankelijkheid is niet voor morgen, daar is tijd voor nodig. We moeten geduldig zijn en in stappen denken. Aan de top staat onafhankelijkheid maar daarvoor moeten we nog verschillende intermediaire doelen doorlopen.“

Tsewang Rigzing legde een memorandum over de hongerstaking voor aan de Europese instellingen. In dezelfde week nam het Europees Parlement een resolutie over Tibet aan. Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Tibetaanse opstand onderstreepte het EU-Parlement het belang van dialoog tussen beide partijen. Met de resolutie hoopt men dat China de gesprekken herneemt over betekenisvolle autonomie voor Tibet binnen de grenzen van het Chinese grondgebied en de Chinese grondwet. De stemming resulteerde in 338 voor, 131 tegen en 14 onthoudingen. De resolutie verwerpt alle gebruik van geweld zowel door demonstranten als door de overheid. Verder riep het China op de vrijlating van iedereen die gearresteerd werd voor deelname aan vreedzaam protesten te realiseren en ijvert het memorandum voor de toelating van buitenlandse media en VN-mensenrechtenorganisaties.

Verschillende leden van het Europees parlement brachten een bezoek aan de hongerstakers en toonden daarmee hun solidariteit met de Tibetanen. Zo passeerden Eva Lichtenberger, EU-parlementslid van Oostenrijk, en de Italianen Marco Pannella en Marco Cappato, die een belangrijke rol speelde in het aanvaarden van de resolutie. Ook vice-president Edward McMillan-Scott bracht een bezoek aan de actievoerders en overhandigde een sympathiserende brief van de EU-president. Met zijn bezoek onderstreepte hij de steun van het parlement maar riep de hongerstakers tevens op te stoppen met vasten: ‘we don’t want to add more illness and death to the deaths caused by the regime, the most tyrannous in world’s history’ dixit McMillan-Scott. Na 10 dagen kwam er een einde aan de actie. In zijn eindrede liet Tsewang Rigzin weten dat dankzij de recente evoluties en de publieke steun de campagne haar doel had bereikt. “Though we are calling off this campaign but our struggle must and will continue until we regain Tibet’s independence.”

Mario in Tibet

Het onderwerp Tibet bleef waaien door de wandelgangen van de Europese instellingen. Voor het eerst bracht een officiële Europese delegatie een bezoek aan de Tibetaans Autonome Regio. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) bracht, op uitnodiging van haar Chinese tegengewicht, een bezoek aan de regio. Het EESC fungeert als adviesorgaan voor de Europese Unie en treedt op als vertegenwoordiger van de burgermaatschappij. Midden september was de driekoppige delegatie te gast in China en bezocht er vier dagen de hoofdstad Lhasa. Met deze citytrip hoopte voorzitter Mario Sepi inzicht te verwerven in de economische en sociale toestand in Tibet. Ook plantte de delegatie het zaadje voor toekomstige samenwerking op het vlak van opleiding, werkgelegenheid en gezondheidszorg. De afgevaardigden van het EESC zagen het als hun taak een brug te slaan tussen de westerse perceptie van Tibet en de Chinese. Tijdens de vierdaagse bezocht de delegatie onder meer de Jokhang-tempel, het Sera-klooster en het Tibetaans Museum. In het museum staat een al even creatieve interpretatie over de Tibetaanse geschiedenis als bovenvermelde in Beijing.

Het wel en wee van Mario Sepi was te volgen op zijn blog en dagelijks kon je zijn avonturen op het dak van de wereld via het internet bekijken. Vooral het bezoek aan een lokale basisschool maakte een diepe indruk: de kinderen droegen traditionele klederdracht en kregen Engelse les. Het levende bewijs dat, volgens Sepi, het behoud van tradities een economische en sociale vooruitgang niet in de weg staan. Om de ontwikkeling van Tibet te begrijpen werd aangeraden een vergelijking te maken tussen de feitelijke verwezenlijkingen van China om Tibet te ontwikkelen en die van de Dalai Lama.

De spanning op zijn blog steeg evenredig naarmate Lhasa naderde. In zijn reflecties was gsm-bereik een van de grote mysteries en zeker iets om te onderzoeken. Ondanks de amicale sfeer die er heerste kwamen enkele kritische vragen aan bod. Een toekomstige autonome Tibetaanse economie leek de TAR-afgevaardigden eerder toekomstmuziek gezien Tibet de armste regio is binnen de Volksrepubliek. Ook kwamen de vrije toetreding en heropvoedingscampagnes in kloosters aan de orde. Het viel de delegatie op dat in de bezochte kloosters zowel burgers als monniken vrij konden praktiseren. Even opvallend was de massale aanwezigheid van politie en bewakingscamera’s. De gebruikelijke dalai lama-kliek was dan weer de hoofdoorzaak van de ongeregeldheden vorig jaar. Stuk voor stuk vragen die een vaag antwoord kregen.

Bij zijn terugkeer was Sepi vol lof over de economische boom in de regio en relativeerde de mensenrechtenproblematiek, die ‘slow but steady’ aan het verbeteren was. Volgens de delegatie kon de situatie nog het best vergeleken worden met Mezzogiorno, het achtergestelde zuiden van Italië of met Zuid-Tirol. Dit Duitstalig gebied behoorde voor WOI toe aan Oostenrijk maar werd na de oorlog toegewezen aan Italië. De delegatie concludeerde dat er ‘een goed niveau van welzijn en sociale bescherming’ heerst in Tibet.

Enkele weken voor de zestigste verjaardag van de Volksrepubliek (1 oktober 1949) was het voor de delegatie geen probleem Lhasa te bezoeken en heerste er een sfeer van vooruitgang en bescherming. Vijf dagen na hun thuiskomst konden we –in de kwaliteitskrant – lezen dat Tibet, gezien de geplande feestelijkheden, tijdelijk gesloten is voor buitenlandse bezoekers. Toch iets te verbergen dan?


Text and photo’s © Han Vandenabeele, november 2009

Onder de loep: Tibetaanse regering in ballingschap

DSC_1067Het Centraal-Tibetaans Bestuur van Zijne Heiligheid de Dalai Lama (CTB) is de officiële voortzetting van de Tibetaanse regering daterend van voor de Chinese inval. De Tibetaanse regering in ballingschap werd opgericht na de vlucht van de Dalai Lama en zetelt sedert mei 1960 permanent in Dharamsala in het noorden van India. Het CTB beschouwt het als zijn taak de vreedzame strijd van het Tibetaanse volk te leiden en de vrijheid te herstellen in Tibet. Daarnaast staat het CTB in voor het welzijn van meer dan 145.000 Tibetaanse ballingen. Het overgrote deel bevindt zich in India, Nepal en Bhutan terwijl ongeveer 25.000 Tibetanen verspreid zijn over de rest van de wereld. Bij de opvang en rehabilitatie van vluchtelingen vormen onderwijs, democratie en zelfvoorziening de belangrijkste accentpunten.

Vanaf de oprichting van het CTB legde de Dalai Lama als staatshoofd de nadruk op het democratiseren van het overheidsapparaat. Dit proces evolueerde doorheen de jaren en vandaag beschikt het CTB dan ook over alle departementen en onderdelen van een vrij democratisch bestuur. Het is belangrijk om weten dat het CTB niet ontworpen is om aan het hoofd te staan van een toekomstig en vrij Tibet. In zijn manifest ‘Guidelines for Future Tibet’s Polity and Basic Features of its Constitution’ stelde de Dalai Lama dat het huidige bestuur ontbonden zou worden indien Tibet terug vrij zou zijn. De Tibetanen die in hun vaderland wonen zouden dan de nieuwe regering vormen. Eerst zou er een tijdelijke overgangsregering met aan het hoofd een interim-president aangesteld worden. De Dalai Lama zou daarna al zijn wereldlijke macht overdragen en binnen de twee jaar verkiezingen houden.

The future of Tibet should be the Tibetans to decide. The question of Tibet is not a question of the future of the Dalai Lama. It concerns the happiness and welfare of six million Tibetan people.”

Het ‘Charter van de Tibetanen in Ballingschap’ vormt het uitgangspunt voor de werking van het CTB en werd door het parlement in 1991 goedgekeurd. De grondwet is gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de boeddhistische leer en garandeert de onafhankelijke werking van de drie machten (i.e. rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht). Aangezien de regering zich in ballingschap bevindt, wordt de grondwet in deze vorm niet officieel erkend en is het gebruik beperkt tot de werkzaamheden van de regering en het parlement in ballingschap.

The primary aim of the Tibetan Administration in exile shall be to endeavour to maintain a just policy for the achievement of the common goal of Tibet, and in addition, at the present moment, protect Tibetans in Tibet from present hardships and danger; and shall formulate a policy of social welfare to secure just and equal opportunity for the economic development of Tibetans in exile. Furthermore, it shall endeavour to provide reasonable opportunity to all Tibetan youth for the procurement of a modern education and the derivation of the ancient cultural heritage of Tibet; and in particular, shall also strive to provide adequate health services for sound mental and physical development.

Een belangrijk onderdeel in de strijd voor de rechten van de Tibetanen zijn de onderhandelingen die plaatsvonden tussen de afgevaardigden van de Dalai Lama en de Chinese overheid. De contacten tussen beide partijen werden hersteld onder het leiderschap van Deng Xiaoping eind jaren ’70. De Chinese leider nodigde toen vier Tibetaanse onderzoeksmissies uit om de toestand in het land te evalueren. De bezoeken onder leiding van de broer van de Dalai Lama, Gyalo Thondup, wekten hevige emoties op bij de plaatselijke Tibetaanse bevolking. De rellen in Lhasa eind jaren ’80 kelderden verdere toenaderingen en de onderhandelingen bereikten een dieptepunt. Uiteindelijk liet de Dalai Lama zijn onafhankelijkheidseis varen en koos voor een meer pragmatische toenadering: autonomie. Deze toegift zorgde ervoor dat de gesprekken met de Volksrepubliek terug opgenomen werden en tussen 2002 en oktober 2008 kwamen beide partijen verschillende keren samen. Maar ook deze laatste bijeenkomsten garandeerden geen vooruitgang. Het Tibetaanse voorstel voor meer autonomie (alle Tibetaanse gebieden onder een regionale overheid, nvdr) en controle over de immigratie van Han-Chinezen werden door de Chinese afgevaardigden met vijandigheid ontvangen.

DSC_0402

Na een halve eeuw van ballingschap en acht vruchteloze gespreksrondes met China vond de Dalai Lama een evaluatie van zijn ‘Middenweg’ en de werking van het CTB op zijn plaats. Hij verklaarde dat zijn geloof in de Partij ‘dunner en dunner’ werd en riep daarom een speciale vergadering in het leven. De vergadering in Dharamsala werd bijgewoond door ongeveer 600 Tibetanen: vorige en huidige ministers van het TCB, ngo’s, monniken en vertegenwoordigers van de Tibetaanse diaspora. Zijne Heiligheid was zelf niet aanwezig om het proces niet te beïnvloeden zodat iedereen – van gematigden tot radicalen – vrij hun mening zouden uiten. Na een week van intens debatteren beslisten de deelnemers zich unaniem achter de Dalai Lama en de regering te scharen. Belangrijk was echter ook het feit dat onafhankelijkheid terug openlijk bespreekbaar werd, hoewel slechts een minderheid hiernaar streeft. Een woordvoerder van het CTB verklaarde achteraf dat ‘er voorlopig geen afgezanten meer worden gezonden richting China’ en dat ‘indien China niet positief reageert op onze voorstellen we geen andere keuze zullen hebben dan volledige onafhankelijkheid te eisen’. Ook België stuurde een vertegenwoordiger van de Tibetanen in ons land naar Dharamsala.

Rechterlijke macht

De Tibetaanse Hoge Commissie van Justitie is het hoogste rechterlijke orgaan binnen het CTB. De commissie is verantwoordelijk voor burgerlijke geschillen binnen de Tibetaanse gemeenschap in ballingschap in het wettelijk kader van het gastland. In de praktijk functioneert de commissie in hoofdzaak als klankbord voor klachten van Tibetanen over de werking van het CTB. De commissie is samengesteld uit drie leden met gelijke macht en zetelt voor vijf jaar of tot de leden de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben. Op elk moment kan het parlement een motie van wantrouwen indienen voor het beëindigen van hun ambt. Om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen worden de drie hoogste leden van de commissie aangeduid en aangesteld door de Dalai Lama, na goedkeuring van het parlement.

Wetgevende macht

flash3005113690De oprichting van het democratisch verkozen parlement was een van de eerste verwezenlijkingen van de Dalai Lama in zijn inspanningen voor meer democratie. Het Tibetaanse Parlement in Ballingschap bestaat uit minimaal 43 en maximaal 46 leden. De Tibetaanse provincies U-Tsang, Amdo en Kham kiezen elk 10 afgevaardigden waaronder ten minste twee vrouwen. De vier traditionele Tibetaans-boeddhistische scholen en de inheemse Bön-traditie duiden er elk twee aan. Drie leden vertegenwoordigen de Tibetaanse diaspora in het Westen, waaronder een uit Noord-Amerika en twee uit Europa. Tenslotte kunnen drie leden rechtstreeks aangeduid worden door de Dalai Lama voor hun autoriteit op het vlak van kunst, wetenschap of gemeenschapszin.

Het parlement komt tweemaal per jaar samen maar bij een dringende noodzaak kan de Dalai Lama oproepen tot een vervroegde zitting. Als vertegenwoordigers van het volk ondernemen de parlementsleden periodieke bezoeken aan de verschillende Tibetaanse gemeenschappen. Het parlement staat ook in nauw contact met de Lokale Vergaderingen, opgericht in 37 grote Tibetaanse gemeenschappen wereldwijd. De grondwet bepaalt dat een gemeenschap met meer dan 160 leden een eigen Lokale Vergadering in het leven mag roepen. De Lokale Vergadering heeft dezelfde werking en structuur als het parlement.

Uitvoerende macht

De Kashag of de ministerraad vormt de uitvoerende tak van het Centraal-Tibetaans Bestuur en de leden zijn Kalons of ministers van het CTB. De Tibetaanse grondwet schrijft voor dat de Kashag uit maximaal acht leden bestaat inclusief de Kalon Tripa, het equivalent van de eerste minister of minister-president. Sedert april 2001 wordt de Kalon Tripa rechtstreeks verkozen door de Tibetaanse gemeenschap in ballingschap en dit voor een periode van vijf jaar. In dit tweeledig proces worden eerst de zes grootste kanshebbers gekozen om vervolgens in de tweede ronde de eerste minister aan te duiden. De Kalon Tripa van zijn kant dient daarna een lijst van potentiële ministerkandidaten in bij het parlement.

De Kashag wordt bijgestaan door het Kashag Secretariaat dat instaat voor de administratieve werking van de ministerraad. Een niveau lager bevindt zich de Planningscommissie, een bureau dat zich in hoofdzaak bezighoudt met socio-economische ontwikkelingen binnen de TibDSC_0047etaanse gemeenschap en als raadgever fungeert. Verder evalueert de commissie de activiteiten uitgevoerd door de acht verschillende departementen of ministeries die onder de Kashag vallen: religie en cultuur, huisvesting, financiën, onderwijs, veiligheid, informatie en internationale relaties en tot slot gezondheid.

Reeds van bij de oprichting van het CTB onderstreepte de Dalai Lama het belang van een goede opleiding en ijverde voor een combinatie van modern en traditioneel onderwijs. Het Ministerie van Onderwijs zorgt voor de opleiding van ongeveer 28.000 leerlingen, verspreid over meer dan 77 Tibetaanse scholen in India, Nepal en Bhutan. Tevens werden er nog scholen en organisaties opgericht als ‘Tibetan Children’s Village’ (TCV) en ‘Tibetan Home Foundation’ die weeskinderen en gehandicapte kinderen opvangen en van een opleiding voorzien. Het ministerie en autonome organisaties als het TCV ontvangen hiervoor meerdere giften en donaties van individuen en organisaties. Aan de hand van sponsoringsprogramma’s kan het ministerie studenten voorzien van de nodige beurzen en financiële bijstand leveren voor hogere studies.

Hoewel de Tibetanen in ballingschap voor bepaalde projecten afhankelijk zijn van sponsors en buitenlandse giften, is zelfvoorziening uitermate belangrijk voor het voortbestaan van de gemeenschap en Tibetaanse strijd. De Dalai Lama legde hier van bij het begin de nadruk op. Op het politieke vlak houdt het Ministerie van Financiën de uitgaven van de regering in het oog en vergaart het de nodige inkomsten. De jaarlijkse vrijwillige bijdrage van de Tibetaanse gemeenschap buiten Tibet vormt het leeuwendeel van haar inkomsten. Elke Tibetaan in ballingschap betaalt afhankelijk van zijn of haar leeftijd en woonplaats jaarlijks een vast bedrag. Daarboven komt dat alle tewerkgestelde Tibetanen een deel van hun salaris bijdragen of Tibetanen die zelfstandig zijn een deel van hun netto winst schenken. Tot nu toe leidde het CTB 25 ondernemingen om bijkomende gelden te verkrijgen. Deze ondernemingen worden nu gaandeweg geprivatiseerd om dat het runnen van winstgevende zaken niet langer strookt met het beleid van de regering.

‘…keeping in view the backdrop of basic principles of Middle path, non-violence, self-reliant, genuine livelihood & eco-friendly as advised by His Holiness the Dalai Lama, but heeding to the fact of prevailing trends and possible future trends in the market as it is evidently impossible to live in isolation both in political or economical affairs in this ever-globalizing world.’

Als niet erkende regering heeft het CTB ook de taak haar eigen bevolking en de internationale publieke opinie in te lichten over de situatie in Tibet. Het Ministerie van Informatie en Internationale Relaties dient als protocolbureau van de regering en staat in contact met de internationale media en Tibet Support-groeperingen over de hele wereld. Onder het ministerie vallen ook de buitenlandse missies in 11 verschillende landen, waaronder India, Zwitserland, de VS en het Bureau van Tibet opgericht in Brussel. Als EU Coördinator Office bereidt het Bureau van Tibet de bezoeken van de Dalai Lama aan Belgische en Europese instellingen in Brussel voor. Verder onderhoudt het contacten met de Tibetaanse diaspora en de Tibetaanse boeddhistische centra in België. Het bureau functioneert als rechtstreekse afgevaardigde van de Tibetaanse Regering in Ballingschap en staat in dialoog met volksvertegenwoordigers, ngo’s en mensenrechtenorganisaties.


Text and photo’s © Han Vandenabeele, februari 2009

Het leven zoals het is…in de schoot van het Chinese moederland

Dat Tibet er vanuit economisch oogpunt met rasse schreden op vooruit gegaan is, zal niemand ontkennen. Na de vreedzame bevrijding door China werd de Himalaya-staat op een moordend tempo de twintigste eeuw binnengeloosd. Volgens officiële Chinese cijfers investeerde Beijing sinds midden jaren ‘60 meer dan 11 miljard euro in de TAR, nog steeds de armste provincie van de Volksrepubliek.  Het bruto nationaal product (bnp), de barometer voor de welvaart van een land, steeg er het laatste decennium jaarlijks met 10 procent. Een verdubbeling van haar economie in de laatste vijf jaar werd dan ook beschouwd als de spreekwoordelijke kers op de taart. Niet slecht, moeten de Chinese leiders gedacht hebben, voor een land waar voorheen het wiel enkel gebruikt werd voor het draaien van gebedsmolentjes.

Deze gigantische economische boom van de laatste 10 jaar lijkt op papier een zeer mooie verwezenlijking, de realiteit toont toch anders aan. De Chinese autoriteiten investeerden in grote mate in immense projecten en prestigieuze openbare werken zoals de Qinghai-Tibet spoorweg, tunnels en de aanleg van een nieuw wegennetwerk. Dergelijke werken worden voornamelijk uitgevoerd door tijdelijke Chinese werkkrachten, die hun inkomen eerder naar huis opsturen dan terug in de locale economie te pompen. Het leeuwendeel van de investeringen verbeteren de infrastructuur van de stedelijke gebieden, terwijl achtergestelde regio’s zoals het platteland links blijven liggen.

Daarnaast spendeerde Beijing een groot stuk van haar jaarlijks Tibet-budget aan de uitbreiding van de overheid- en partijadministratie. Veel Tibetanen zijn tewerkgesteld in het gigantische ambtenarenapparaat, maar de belangrijkste functies worden nog steeds ingenomen door etnische  Han-Chinezen.  Waar in andere provincies het analfabetisme wordt aangepakt en er pogingen ondernomen worden om de loodzware bureaucratie lichter maken, staat dit in schril contrast met de Tibetaanse regio. Zowat de helft van de Tibetaanse bevolking is analfabeet en dus niet in staat deel te nemen aan de bloeiende economie, waar het Mandarijns de voertaal is. Al van op de schoolbanken ondervinden Tibetanen discriminatie en een gebrek aan respect voor hun identiteit. De lessen op de middelbare school en hoger onderwijs worden in het Chinees gegeven waardoor Tibetanen op voorhand al met een achterstand zitten.

Daar komt nog eens bij dat in de steden de hoofdmot van bloeiende zaken wordt gerund door -Beijing gesubsidieerde- Chinese immigranten. Uiteindelijk geniet voornamelijk de stedelijke bevolking van de economische vooruitgang en binnen de steden zijn het de Han-Chinezen en een minderheid van Tibetanen die hiervan kunnen mee profiteren. Het grootste deel van de Tibetaanse bevolking, 80%, leeft op het platteland en moet rondkomen met net geen euro per dag. De nomaden, boeren en herders zijn in grote mate zelfvoorzienend en van hun dieren afhankelijk voor hun levensonderhoud. Ook deze traditionele manier van leven ontsnapt niet aan China zijn huidige sprong voorwaarts.  In China’s strijd tegen de armoede werden de laatste jaren meer dan 250.000 boeren gedwongen in nieuwe dorpen te gaan wonen. Deze woningen in pseudo-Tibetaanse stijl ontbreken vaak elektriciteit, stromend water en tuintje zodat vele boeren gedwongen worden hun beesten van de hand te doen.  Een groot deel van de bouwkosten waren ook voor de bewoners hun rekening, waardoor de boeren zich diep in de schulden staken. Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Right Watch zijn dergelijke campagnes niet gericht op armoedebestrijding maar eerder een manier om de verstedelijking te stimuleren en een uniforme en moderne façade te creëren voor toeristen. In het verleden werden inwoners van rurale gebieden al aangemoedigd om zich in steden te vestigen en hun traditionele manier van leven op te geven. Aangetrokken door de vele mogelijkheden van het stadsleven, worden Tibetanen snel met de neus op de feiten gedrukt.  Veelal beschikken ze niet over de nodige opleiding of connectie om de jobs uit te oefenen en staan ze in ongelijke concurrentie met geïmmigreerde Han-Chinezen.

Strike Hard en Patriottische Heropvoedingcampagne

Het was van eind jaren ’80 geleden dat in hoofdstad Lhasa grootschalige rellen uitbraken. Tibet kende daarvoor een periode van relatieve openheid en grotere religieuze vrijheid onder de impulsen van Deng Xiaoping. Een compensatie voor de excessen waaronder het land geleden had tijdens de Culturele Revolutie. De huidige Chinese president Hu Jintao was toen partijsecretaris van de autonome regio en reageerde kort en krachtig om een einde te maken aan de onrusten. Buitenlandse toeristen en journalisten moesten de regio verlaten, een immense troepenmacht nam de stad over en de staat van beleg trad in werking. Het brutale optreden van de ordediensten –er vielen toen 200 doden- ontsnapte echter niet aan het oog van buitenlandse bezoekers.  China’s harde aanpak van dissidenten escaleerde enkele maanden later op het Tienanmen plein en de Volksrepubliek ging een periode van internationale isolatie in en de binnenlandse hervormingen werden teruggeschroefd.

Beijing ondernam nieuwe maatregelen om de eenheid van het moederland te verstevigen met de lancering van een reeks Strike Hard campagnes. Dergelijke campagnes hadden midden jaren ’80 aanvankelijk het doel de stijgende criminaliteit en corruptie tegen te gaan op het Chinese binnenland. In Tibet kregen de acties een politieke dimensie en werd het een werktuig in het bestrijden van het Tibetaanse nationalisme. Dit gaf de ordetroepen en politie de nodige legitimiteit –in de mate dat ze die al nodig hadden- om hard op te treden. Willekeurige arrestaties, een gebrek aan rechtsbijstand, het afnemen van getuigenissen onder foltering en mishandeling leidde tot de dood en opsluiting van vele Tibetanen.

Het religieuze leven en tevens de kern van de Tibetaanse identiteit werd onderworpen aan patriottische heropvoedingscampagnes. Deze campagnes viseerden de kloosters en haar bewoners met een reeks nieuwe richtlijnen. Zo kwam er een limit op het maximum toegelaten aantal monniken of nonnen, werden de privé-vertrekken regelmatig onderworpen aan strenge controles op subversief materiaal en staat de verwerping van de Dalai Lama centraal. Zij die weigeren worden gearresteerd en opgesloten. Na vrijlating is een mogelijk herintreding in het klooster uitgesloten waardoor velen de gevaarlijke tocht over de Himalaya ondernemen om hun religieuze studies verder te zetten.

De harde lijn van aanpakken werd nog meer versterkt en doorgetrokken naar het dagdagelijkse leven buiten de kloostermuren met de aanstelling van Zhang Qingli als huidige partijsecretaris in Tibet. Hij staat bekend om zijn onverzoenlijke uitspraken tegen elke vorm van separatistisch denken. Op zijn cv prijkt onder meer migratie van Han-Chinezen in Xinjiang, de autonome regio van de Oeigoeren en grensbeveiliging. Hij legt meer de nadruk op ideologische hervormingen in het kader van de ‘patriottische vorming’ en liet al vaker het achterste van zijn tong zien met uitspraken als ‘de partij is de echte boeddha voor de Tibetanen’ en ‘de Dalai Lama is de duivel met een menselijk gezicht en het hart van een beest’. Hij stelde dat de CCP is verwikkeld in een strijd op leven en dood met de Dalai Lama en zijn aanhangers. Een van zijn prioriteiten is de invloed van het boeddhisme onder overheidsbedienden een halt toe te roepen. Tibetaanse ambtenaren worden geregeld onderworpen aan marxistische studies en zijn verplicht kritiek neer te schrijven over de Dalai Lama. Het is overheidspersoneel ook verboden deel te nemen aan religieuze ceremonies of tempels te bezoeken.

Sedert september vorig jaar ging de Partij nog een stapje verder om haar invloed te laten gelden. Tulkus of gereïncarneerde lama’s worden pas erkend mits toestemming en goedkeuring van de Partij. Op die manier probeert Beijing de invloed van de Dalai Lama te verkleinen en eigen kandidaten naar voor te schuiven. De tulku’s staan in voor de training en vorming van nieuwe generaties jonge monniken en vormen een belangrijk onderdeel in het voortbestaan van de Tibetaanse cultuur.

Big China is watching you

Door de nadruk te leggen op statistisch cijfermateriaal zoals een stijgend bnp, gaat de Chinese overheid voorbij aan het feit dat de kloof tussen steden en platteland enerzijds en Chinese migranten en de locale bevolking anderzijds steeds groter wordt. Mooie presentatiecijfers doen president Hu Jintao en de zijnen dan wel in de handen wrijven, de onlusten die de afgelopen maanden uitbraken deed Beijing eerder naar de haren grijpen.  De vele economische verwezenlijkingen dekken duidelijk de lading niet. Een gebrek aan vooruitzichten, discriminatie en de constante druk op het traditionele Tibetaanse leven in al zijn facetten leidt tot grote frustratie onder de locale bevolking wat uiteindelijk in maart explodeerde.

Traditiegetrouw en op risico van eigen leven namen de monniken het voortouw in de vreedzame protesten. Op de herdenkingsdag van de grote opstand, 10 maart 1959, kwam een groep monniken van het Drepung-klooster de straat op om hun ongenoegen over het beleid te uiten. De cruciale timing, slechts enkele maanden voor de Olympische Spelen, zal niemand in Tibet ontgaan zijn. Met de ogen van de wereld op China gericht was het misschien een nu of nooit actie, wetende hoe hoog de prijs van verzet kan zijn. De monniken arriveerden nooit in Lhasa, arrestaties werd verricht en het klooster hermetisch afgesloten. De dagen daarop volgenden andere kloosters het voorbeeld van Drepung maar de situatie escaleerde op vrijdagavond toen de burgerbevolking in grote getallen op straat kwam. Jaren van frustraties werden botgevierd op Chinese eigendommen en de betogers lieten een ware ravage achter in het centrum van de stad.  In eerste instantie grepen de ordetroepen niet in en lieten ze de chaos gedijen, wachtend op orders van Beijing. In plaats van op scherp te schieten, schoten de beveiligingscamera’s en CCTV-nieuwsploeg beelden van de demonstranten.  Met Tienanmen in het achterhoofd en de impact van de media paste de Volksrepubliek goed op haar tellen. De leiders in Beijing wilden hun Olympische droom niet in rook zien opgaan en beslisten dit maal dat macht niet uit de loop van een weer komt maar uit de lens van een camera.  De propagandamachine draaide op volle toeren en met het betere knip- en plakwerk lanceerden de autoriteiten een heus mediaoffensief. De Chinese bevolking kreeg enkel plunderende en uitzinnige Tibetanen en een terughouden politie op hun beeldscherm  voorgeschoteld terwijl buitenlandse nieuwszenders gecensureerd werden en mobile telefoons geblokkeerd.

Aan de hand van de nieuwsbeelden werd ook een lijst van de 21 meeste gezochte Tibetanen opgesteld en verspreid op het internet en in de straten. Binnen enkele dagen, de deadline om zich vrijwillig aan te geven was maandag 17 maart om middernacht, werd de stad uitgekamd en werden er honderden arrestaties gedaan. Lhasa en Tibet, ondertussen vrij van buitenlandse pottenkijkers werd een  blinde vlek op de kaart en nieuws uit de regio sijpelde maar mondjes maat tot over de grenzen. Maar in het digitale tijdperk –ook op het dak van de wereld  slaan ze je met de ringtones om de oren- glipte het nieuws van de opstanden door de mazen van de Chinese firewall. Een golf van protesten verspreidde zich over Tibetaanse regio’s buiten de TAR. Ondertussen deden zich al meer dan 96 verschillende protesten voor verspreid over de Tibetaanse gebieden. Opvallend was dan ook dat het merendeel van de demonstraties plaats vond buiten de TAR. In de vroegere provincies Amdo en Kham kwamen boeren en nomadengemeenschappen op straat om hun respect te betuigen voor de slachtoffers. Het ging hier hoofdzakelijk over vreedzame protesten en  in een reeks gevallen werden staatseigendommen zoals politiebureaus plat gebrand. Het gaat hier over gebieden die volgens China nooit onder gezag van Lhasa gestaan hebben en waar er meer religieuze vrijheid is dan in de autonome regio

…en in ballingschap

In ballingschap werd het startschot gegeven door de ‘Tibetan People’s Uprising Movement’ in Dharamsala. De beweging zag het levenslicht in januari, toen de vijf grootste Tibetaanse ngo’s de krachten bundelden om  een nieuw draagvlak te creëren tegen de Chinese bezetting. Op die manier wilden de Tibetaanse ballingen globaal verzet ontketen via directe acties tegen China, in het licht van de naderende Olympische Spelen. In nagedachtenis van de slachtoffers van ’59 ijveren ze voor de bescherming van de Tibetaanse cultuur, religie en tradities. Volgens Tibetan Youth Congress, Tibetan Women’s Association, Gu-Chu-Sum, National Democratic Party of Tibet en Students for a Free Tibet (India) gebruikt China de Spelen als een legitimatie van haar bezettingspolitiek en acceptatie van de internationale gemeenschap. (zie verder in kader)

De meest opvallende actie vertaalde zich in een protestmars van Dharamsala naar Lhasa.  Deze ‘mars huiswaarts’ bracht die maandag honderden ballingen op de been. De Indische politie kwam echter snel tussenbeide, verschillende vreedzame betogers werden gearresteerd en onder huisarrest geplaatst. Ook in buurland Nepal ging de mars niet zonder slag of stoot van start. De Nepalese ordetroepen traden hardhandig op en er vielen tal van gewonden. Zowel in India als in Nepal mogen vluchtelingen niet deelnemen aan politieke activiteiten waardoor een verbod op betoging werd gelegd. Beide landen voelen ook de hete adem van de Volksrepubliek in hun nek en willen hun goede verstandhouding (en economische belangen) niet in het gevaar zien komen. Vooral Nepal komt meer en meer onder de invloedssfeer van China terecht en past haar politiek inzake de Tibetaanse zaak aan de wensen van de Volksrepubliek. Zo werden in het verleden Tibetaanse vluchtelingen teruggestuurd naar Tibet, waar hen een gevangenisstraf met aangepaste Chinese behandeling (lees: mishandeling) te wachten stond. Dit was het geval in 2003 toen 18 Tibetanen, waaronder 10 minderjarigen, uitgeleverd werden aan de Chinese autoriteiten in Tibet. Ze bekochten het met maandenlange opsluiting en mishandeling.


Wie is wie in exile

flash3005113690De Central Tibetan Administration (CTA) of de Tibetaanse Regering in Ballingschap werd opgericht in 1960 en claimt de rechtmatige en wettelijke overheid van Tibet te zijn.  De leden worden gekozen voor een legislatuur van 5 jaar (2006-2011). Het parlement bestaat uit 43 tot 46 leden waaronder enkele afgevaardigden van de Tibetaanse diaspora in Europa en Amerika, verschillende vertegenwoordigers van de drie traditionele provincies en leden van de 4 boeddhistische scholen en de bön-religie. Daarnaast kunnen er nog maximum  3 personen aangeduid worden door de Dalai Lama die zich onderscheiden op vlak van cultuur, wetenschap of de gemeenschap.  Elke Tibetaan van 25 jaar kan zich kandidaat stellen en de minimum leeftijd om te stemmen bedraagt 18 jaar. De oprichting van dit democratisch systeem was een van de grote veranderingen die de Dalai Lama in het leven riep na zijn vlucht uit Tibet. Lobsang Tenzin of  Professor Venerable Samdhong Rinpoche is eerste minister van de CTA nadat de Dalai Lama in 2000 besloot dat de Tibetaanse ballingen hun eigen regeringshoofd moesten kiezen. Hij won in 2001 met meer dan 80% van de stemmen. Net zoals andere overheden houd de regering zich bezig met het oprichten en onderhouden van scholen, gezondheidscentra, culturele activiteiten en economische ontwikkeling van de Tibetaanse gemeenschap. Hoewel de CTA door geen enkel land erkend wordt als feitelijke overheid ontvangt het financiële steun van overheden en internationale organisaties. De Tibetaanse regering in ballingschap was ook medeoprichter van de Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO), deze democratische en internationale organisatie waar minderheden en inheemse volkeren zonder internationale erkenning hun krachten bundelen om hun humanitaire en culturele rechten te beschermen.

DSC_0892Het Tibetan Youth Congress (TYC) is de drijvende kracht van het Tibetaanse verzet in ballingschap. Opgericht in 1970 nadat een eerste generatie vluchtelingen hun traditioneel en modern onderwijs afmaakten. Gewapend met een brandend verlangen om naar hun thuisland terug te keren en kennis van democratische politieke systemen streven ze naar de volledige onafhankelijkheid van de drie traditionele provincies van Tibet. Dit in tegenstelling tot het officiële discours van de Dalai Lama, die de onafhankelijkheidseis liet varen voor een meer pragmatische aanpak: meer autonomie binnen de Chinese grenzen. Deze onafhankelijke organisatie schreef zijn eigen grondwet neer en groeide uit tot de grootste ngo van Tibetaanse ballingen. De TYC beweert dan ook meer dan 30.000 leden in haar rangen te tellen. Ze beschouwen zichzelf als een instrument in dienst van de democratie dat aandringt op de nodige hervormingen binnen de Tibetaanse samenleving.

DSC_0119Het grote probleem met de jonge Tibetaanse democratie in ballingschap is het gebrek aan degelijke politieke partijen. Een variëteit aan politieke partijen met verschillende ideologieën is van belang voor een goed draaiend democratisch systeem. Als stap in de richting van een meerpartijenstelsel stuurde de Dalai Lama aan dat de TYC zich politiek zou organiseren. Ondanks de kans op verlies van een deel van de meer extreme achterband, primeerde het nationale en lange termijn belang en steunden ze het initiatief van de Dalai Lama. Uiteindelijk keurde het congres een resolutie goed waardoor de National Democratic Party of Tibet (NDPT) in 1994 officieel werd ingehuldigd.


Er was voor het eerst sprake van de Tibetan Women’s Association (TWA) in 1959. Tijdens de grote opstand in Lhasa hadden duizenden Tibetaanse vrouwen zich verenigd om te protesteren tegen de Chinese bezetting. Na de opstand vluchtten velen naar India waar voor een periode van 20 jaar verschillende vrouwenorganisaties  werden opgericht.  In eerste instantie ijverden de centra voor het behoud van traditionele ambachten en organiseerden workshops zodat de vluchtelingen konden instaan voor een eigen inkomen tijdens de beginjaren in ballingschap. In 1984 werd met de zegening van de Dalai Lama de TWA terug officieel in het leven geroepen. Vandaag heeft de organisatie meer dan 13.000 leden met meer dan 40 afdeling verspreid over vele landen zoals DSC_0859India, Nepal, VS en Canada. Het publiek sensibiliseren voor de vele misbruiken waaronder Tibetaanse vrouwen gebukt gaan in Tibet vormen nu het hoofddoel van de organisatie. De verschillende campagnes wijzen op de specifieke schendingen van vrouwenrechten zoals verplichte sterilisaties en abortussen.

Ex-politieke gevangenen van de Tibetaanse vrijheidsbeweging legden de fundamenten voor Gu Chu Sum (9-10-3) in Dharamsala begin jaren ’90. Het initiatief ging in eerste instantie uit van monniken en nonnen die de nodige ondersteuning wilden bieden aan gevluchte politieke gevangenen en Tibetanen die nog steeds opgesloten zaten. De organisatie dankt zijn naam aan de maanden waarin grote demonstraties plaats vonden in Lhasa: ‘Gu’ staat voor 27 september 1987, ‘Chu’ komt overeen met oktober van hetzelfde jaar terwijl ‘Sum’ een herdenking is van de opstand op 5 maart 1988. Hun activiteiten gaan van het aanleggen van een database van politieke gevangenen en hun behandeling in de gevangenis tot het publiceren van autobiografieën van ex-gevangenen en het organiseren van gezondheidszorg.

DSC_0193Students for a Free Tibet (SFT) werken in solidariteit met het Tibetaanse volk in hun strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid. SFT is uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie van jonge mensen die zich inzetten voor de Tibetaanse zaak. Door middel van educatie en geweldloze acties proberen ze de Tibetaanse zaak publiek te maken.


(text and photo’s © Han Vandenabeele, juli 2008)

Blik op het verleden (deel 2)

Met de voorspelling van de 13de Dalai Lama nog vers in het geheugen ging Tibet onder het gemis van sterk leiderschap een onzekere toekomst tegemoet. Midden jaren 30 had het Dak van de Wereld af te rekenen met interne twisten die de stabiliteit van het land in gevaar brachten en stond de zoektocht naar de volgende incarnatie van de Dalai Lama hoog op het agenda. Tibet ondernam verschillende pogingen om zijn onafhankelijkheid te laten gelden maar conservatieve krachten sloten de grenzen voor buitenlandse invloeden. Wereldoorlogen, nieuwe economische systemen en dekolonisatie in de eerste helft van de twintigste eeuw wijzigden de gevestigde waarden waar ook Tibet niet kon aan ontsnappen.

De consultatie van orakels, heilige meren en aanwijzingen uit het testament van de 13de Dalai Lama leidde een onderzoeksteam van lama’s en monniken naar het oosten van Tibet. Van de drie potentiële opvolgers bevond de meest belovende kandidaat zich in Taktser, een boerendorp in de provincie Amdo (het huidige Qinghai nvdr). Een vierjarige jongen slaagde in hem voorgelegde testen die doorslaggevend waren in zijn erkenning als de nieuwe incarnatie van de Dalai Lama. De regio stond onder de controle van de Chinese nationalist Ma Pu-feng, wat een veilige terugkeer van de jonge reïncarnatie naar Lhasa bemoeilijkte. Hoewel de missie met de grootste geheimhouding tewerk ging, kreeg de moslimkrijgsheer Ma lucht van de operatie en zag hierin een mogelijkheid zichzelf te verrijken. De Tibetaanse delegatie was niet in staat het gevraagde losgeld te betalen en wendde zich in eerste instantie tot de nationalistische Kwomintang regeringstop voor interventie. Generaal Chiang Kai-shek, de leider van de partij, slaagde er niet in de losgeslagen en in grote mate onafhankelijke krijgsheer in het gelid te brengen. Uiteindelijk kon de Tibetaanse delegatie van geluk spreken dat Ma Pu-feng enkel oog had voor het lucratieve aspect van de zaak en minder interesse toonde in het politieke. Na het betalen van een gigantische som losgeld, waar India het grootste deel van voor haar rekening nam, kreeg de toekomstige leider van Tibet de toestemming het gebied te verlaten zonder verdere Chinese inmenging. Op 22 februari 1940 besteeg de jonge Tenzin Gyatso de troon als 14de Dalai Lama in aanwezigheid van zowel Britse als Chinese afgevaardigden die via India toegang tot Tibetaanse grondgebied hadden verkregen.

Wereld onder vuur

De Tweede Wereldoorlog raakte in een stroomversnelling en domineerde het politieke wereldagenda. In China trad er een tijdelijk staakt-het-vuren op tussen de nationalistische en communistische troepen. De burgeroorlog maakte er plaats voor een gemeenschappelijke vijand die het Rijk van het Midden teisterde: Japan. Deze gebeurtenissen brachten China onder in het kamp van de geallieerde troepen en schoof -voorlopig- de aandacht weg van Tibet. Behalve stijgende importprijzen bleef het Tibetaanse plateau grotendeels gespaard van de gevolgen van de oorlog en de ingrijpende gebeurtenis had verder weinig invloed op het dagdagelijkse leven. Hoewel de Tibetaanse overheid sympathie uitte voor de geallieerden bleef het honkvast aan zijn onpartijdigheid en distantieerde zich daarbij duidelijk van de Chinese koers. Die neutraliteit kwam echter in opspraak toen de Chinese strijdmachten op zoek waren naar nieuwe toevoerwegen voor militair materiaal. In de strijd met Japan raakte het enkele belangrijke aanleveringsroutes kwijt – waaronder Birma – en zag in het Tibetaanse grondgebied een mogelijk alternatief. Ook de Britten ontging het potentieel hiervan niet hoewel zij het belang van Tibetaanse goedkeuring, die er uiteindelijk niet kwam, onderstreepten. Tibets houding tijdens de oorlog wakkerde ook de interesse van de VS aan die voordien weinig belang hadden getoond voor de lamaïstische staat. Een Amerikaanse delegatie ondernam verschillende pogingen het gebied te bezoeken. Daarbij zochten ze eerst de hulp van Chinese bondgenoten, maar het waren uiteindelijk de Britten die erin slaagden de Tibetaanse overheid te overtuigen hen te ontvangen. De belofte dat Tibet deel zou uitmaken van de naoorlogse Vredesconferentie was een aanlokkelijk argument. Deze beloftes werden uiteindelijk niet nageleefd wegens Tibets inactiviteit gedurende het mondiale conflict. Toch zouden de Amerikaanse contacten de basis vormen voor een toekomstige -clandestiene- samenwerking.

Het einde van de oorlog bracht een nieuwe en gepolariseerde wereld met zich mee waarbij vroegere bondgenoten lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. De Tibetaanse regering feliciteerde de zegevierende machten, kwam ongeschonden uit de oorlog en genoot van een de facto maar niet officieel erkende onafhankelijkheid. Voorlopig maakte Lhasa zich geen zorgen over een Chinese inval: de burgeroorlog draaide terug op volle toeren. De dreiging van buitenaf ruimde echter plaats voor interne instabiliteit. Een staatsgreep van de uit de gratie gevallen regent Reting vond plaats. In periodes zonder of met een minderjarige Dalai Lama stond Tibet onder leiding van een regent. De vijfde Reting Rimpoche, die een belangrijke rol speelde bij de zoektocht van de 14de Dalai lama, werd beschuldigd van corruptie en zijn celibaat kwam in opspraak. Met de steun van de Che Universiteit van Sera (een afdeling van de derde grootste geloofsgemeenschap van Centraal-Tibet nvdr) en de monniken van het Retingklooster beraamde de uit de gratie gevallen regent een coup d’ état op zijn opvolger. Een verijdelde bomaanslag en de vermeende samenwerking met de Chinezen leidden uiteindelijk tot de arrestatie van Reting Rimpoche die onder verdachte omstandigheden stierf in de gevangenis. De rust keerde terug in Lhasa maar Tibet moest lijdzaam toezien hoe China’s rode ster rees.

Stilte voor de storm

In 1950 voelde de wereld de hete adem van de Koude Oorlog in zijn nek toen in juni Noord-Koreaanse troepen de 38ste breedtegraad overstaken en het zuiden binnenvielen. Enkele maanden later volgde de vreedzame bevrijding van Tibet. Reeds van bij de oprichting van de Chinese Volksrepubliek een jaar eerder sprak de Communistische Partij klare taal:

De vreedzame bevrijding van Tibet maakt deel uit van de bevrijding van heel de Chinese bevolking en is een Chinese, binnenlandse aangelegenheid. Er heerst gevaar dat imperialistische krachten Tibet zouden verhinderen zich bij het Moederland te voegen. Daarom moet snel opgetreden worden voordat reactionairen de bevrijding van het Tibetaanse volk zouden tegenwerken.”

Verschillende pogingen om tot een overeenkomst te komen tussen Chinese en Tibetaanse delegaties mislukten. Het jonge India, dat na de onafhankelijkheid in 1947 het Britse beleid inzake Tibet had geërfd, trad hierbij vaak op als moderator. Hoewel het de autonomie van Tibet erkende, vastgelegd volgens de Shimla – overeenkomst, zag het geen graten in een rechtstreekse confrontatie met het nieuwe communistische China. Mao voegde uiteindelijk de daad bij het woord en liet 40.000 troepen van het Volksbevrijdingsleger op 7 oktober Tibet binnenvallen. Het Tibetaanse leger dat niet opgewassen was tegen de enorme troepenmacht, legde al snel de duimen. De pas aangestelde gouverneur van Kham, Ngapo Ngawang Jigme, capituleerde en liet het wapendepot vernietigen waardoor het lot van provinciehoofdstad Chamdo snel bezegeld werd. De onervaren aristocraat uit Lhasa die slechts enkele maanden voordien de functie als gouverneur had toegewezen gekregen zou nog een prominente rol krijgen in de verdere bevrijding van zijn geboorteland.

Toen het nieuws van de val van Chamdo Lhasa bereikte deed de Tibetaanse regering in allerijl een eerste oproep aan de Verenigde Naties. De Tibetanen hoopten op een militaire interventie zoals in Korea maar een oud zeer stak terug de kop op: de juridische status van het land. Daarenboven behoorden zowel Tibet als de Volksrepubliek China niet tot de organisatie wat het proces niet vereenvoudigde. De Kashag rekende op de sponsoring van India, Groot-Brittannië of de Verenigde Staten om hun zaak voor te leggen op de Algemene Vergadering. Zowel de Amerikanen als de Britten schoven de verantwoordelijkheid door naar India dat als aangrenzend buurland rechtstreeks met de Sino-Tibetaanse problematiek geconfronteerd werd. Op vraag van de Indiase eerste minister Pandit Nehru werd geen gehoor gegeven aan de Tibetaans oproep om Chinese beschuldigingen van imperiale inmenging geen grond te geven. Uiteindelijk kwam de steun uit onverwachte hoek toen El Salvador bereid was een resolutie te ondersteunen. De Korea-crisis draaide echter op volle toeren en deed de Tibetaanse zaak op de achtergrond verdwijnen. Nehru hoopte alsnog op verdere vreedzame onderhandelingen tussen Tibet en China. De Tibetaanse regering besloot onder immense druk dat slechts een enkele optie mogelijk was om Tibet van de ondergang te redden. Ze vroegen de minderjarige Dalai Lama het volledige leiderschap op zich te nemen.

Chinese overheersing in 17 stappen

De communistische leiders, die in eerste instantie afzagen van een militaire stormloop richting Lhasa, drongen aan op onderhandelingen om de verdere integratie van Tibet in het Chinese Moederland geweldloos te laten verlopen. In februari 1951 zond de Tibetaanse overheid met enige terughoudendheid een delegatie onder leiding van Ngapo naar Beijing. Ngapo werd na een periode van gevangenneming en indoctrinatie terug vrijgelaten en aangesteld als hoofd van het Chamdo Bevrijdingscomité. Met de militaire invasie van Kham – zonder internationale steun of VN-vertegenwoordiging – stond de 16 jarige Dalai Lama met de rug tegen de muur. Uit voorzorgsmaatregel werd de delegatie geen politieke macht toegekend maar onder druk bezegelden ze het toekomstig lot van Tibet. De onderhandelingen resulteerden in de beruchte 17-punten Overeenkomst of het Akkoord van de Centrale Volksregering met de lokale regering van Tibet betreffende maatregelen voor de vredelievende bevrijding van Tibet. Dit betekende meteen het einde van een onafhankelijk Tibet en gaf China de legitimiteit verder op te rukken richting Lhasa. Op 27 mei maakte Radio Beijing het nieuws wereldkundig. Een schokgolf rees over het Tibetaanse hoogplateau.

The Tibetan nationality is one of the nationalities with a long history within the boundaries of China, and like many other nationalities, it has done its glorious duty in the course of the creation and development of the great Motherland… The Central Authorities will not alter the existing political system in Tibet. The CA also will not alter the established status, functions, and powers of the Dalai Lama…and the Panchen Lama. The religious beliefs, customs, and habits of the Tibetan people shall be respected, and lama monasteries shall be protected… Tibetan agriculture, livestock raising, industry and commerce shall be developed step by step…in accordance with the actual conditions in Tibet…”

De acceptatie en terugkeer van de Panchen Lama werd een van de belangrijkste discussiepunten op de vergadering. Voor China had dit een uitermate belangrijke propagandawaarde. De laatste controverse rond de Panchen Lama keerde terug naar de jaren 20 toen de negende Panchen Lama naar China vluchtte voor een belastingsdispuut met Lhasa. Zijn opvolger werd midden jaren 40 door de Kwomintang in het zadel gehesen zonder officiële erkenning van Lhasa. Met de toevoeging van die clausule en de verplichte acceptatie hiervan poogde de Volksrepubliek haar invloed op het religieuze aspect van de Tibetaanse samenleving te laten gelden.

Tussen de Dalai Lama en zijn adviseur ontstond de discussie over het al dan niet aanvaarden van de overeenkomst. De keuze zou bepalend zijn voor het voortbestaan van de Tibetaanse cultuur. Een afwijzing van het verdrag impliceerde de vlucht van de Dalai Lama en verzet vanuit ballingschap. De VS steunde deze optie van achter de schermen. Zonder officiële buitenlandse hulp stond Tibet er alleen voor. De Dalai Lama had geen andere keuze dan de overeenkomst te accepteren en kon alleen maar hopen dat China woord zou houden.

Verdeel en Heers

Een maand later marcheerden duizenden Chinese troepen in Lhasa en beslechtten daarmee de militaire bezetting van Tibet. Voor de politieke dominantie van het Tibetaanse plateau richtte Beijing haar pijlen op de Dalai Lama en de religieuze gezagsdragers. Waar de communisten in de rest van China de onderlaag van de samenleving mobiliseerden, gingen ze in Tibet omgekeerd te werk. Door prominente Tibetanen te beïnvloeden hoopte Beijing de Tibetaanse bevolking te winnen voor de socialistische zaak. In dit geval ging het om de Dalai Lama en zijn aanhangers: zij waren zowel de sleutel als het grootste obstakel voor het slagen van de campagne. China ging op drie fronten te werk om de gevestigde waarden te destabiliseren: het uitbuiten van politieke en regionale geschillen onder de Tibetanen, het uithollen van bestaande instellingen door nieuwe in het leven te roepen en tenslotte het systematisch invoeren van sociale en economische hervormingen om de invloed van de Tibetaanse overheid en religie te verminderen.

Tijdens de eerste jaren van de bezetting ging China behoedzaam te werk: de rode troepen gedroegen zich gedisciplineerd, er werd betaald voor voedsel en grond en in grote mate werd de 17-punten overeenkomst gerespecteerd. Dit charmeoffensief ruimde midden jaren 50 plaats voor een meer agressieve en doortastende aanpak. De realisatie van twee toegangswegen vanuit het Chinese vasteland versterkte de fysieke grip over Tibet. Om de politieke macht van de Dalai Lama te ondermijnen riep Beijing de Preparatory Committee for the Autonomous Region of Tibet (PCART) in het leven. De PCART verdeelde Tibet in drie evenredige autonome administratieve regio’s: het Chamdo bevrijdingscomité onder leiding van Ngapo, de Panchen Lama’s zetel in Shigatse en de Lhasa regio onder het gezag van de Dalai Lama. Daarmee wijzigde het speciale statuut dat Tibet genoot onder het 17-puntenplan. Het comité deed louter dienst als façade want de effectieve beslissingen hadden de rechtstreekse goedkeuring nodig van de Partij.

Mao achtte de tijd rijp voor de onderwerping van alle minderheden aan de grote socialistische transformatie die de weg moest vrij maken voor de communistische modelstaat. Kham en Amdo, net zoals de rest van de Volksrepubliek, kregen te maken met democratische hervormingen die de Tibetaanse samenleving danig op haar grondvesten deden trillen. Wijzigingen van de traditionele agricultuur en nieuwe vormen van belastingen op land, vee en huizen als op het kloostereigendom zette al snel kwaad bloed bij de onafhankelijke en stamgebonden Khampa’s. China’s beloftes maakten plaats voor thamzing of openbare aanklachten en de vernedering van gerespecteerde lama’s. De situatie escaleerde toen de twee belangrijkste elementen in hun leven bedreigd werden: wapens en religie. Op grote schaal brak een guerrilla oorlog uit en de anders zo verdeelde Khampa’s en Amdowa’s verenigden hun krachten en behaalden -in het begin – vele successen. Slechts een immense aanvoer van Chinese troepen slaagde erin de situatie terug te dringen. Het was tijdens deze periode dat de Dalai Lama een bezoek bracht aan India voor de 2500ste verjaardag van de dood van de boeddha. Om te voorkomen dat de opstand zou uitbreiden naar Centraal -Tibet en om de terugkeer van de Dalai Lama te verzekeren uit India werd Tibet voor minimum vijf jaar vrijgesteld van enige hervormingen. Dit sloeg echter alleen op Centraal – Tibet dat volgens Chinese interpretatie het echte Tibet vertegenwoordigde.

Uprising Day

Hoewel de bevolking van Centraal – Tibet nog enige ademruimte kreeg en gespaard bleef van democratische veranderingen staken ook in Lhasa de eerste tekenen van ongenoegen de kop op. De aanwezigheid van een immense Chinese troepenmacht veroorzaakte druk op de voedselvoorzieningen. China’s nieuwe beleid leidde tot de oprichting van de verzetsbeweging Mimang Tsongdu of de Volksvergadering. De organisatie was de eerste in zijn soort in de Tibetaanse geschiedenis en aan de hand van muurposters en petities klaagden ze zowel het beleid van China als de conservatieve heersende elite, die in hun ogen te Chineesgezind was en de macht van de Dalai Lama ondermijnde, aan. Ze genoten de steun van verschillende lagen van de bevolking en – in het geheim – van de Kashag. Onder druk van China werd de organisatie ontbonden en vluchtten de initiatiefnemers richting Kalimpong in India. Sinds de Chinese inval bevonden er zich in het Indiase Himalayadorp een groep Tibetaanse émigrés (waaronder de broer van de Dalai Lama nvdr) die er in contact stonden met de Amerikaanse CIA en die dienst deden als een uitvalsbasis van het Tibetaanse verzet.

When the iron bird flies and the horses run on wheels, the Tibetan people will be scattered like ants across the world, and the Dharma will come to the land of the red men.” <Padmasambhava, 8ste eeuw>

Nu de regio van Lhasa overspoelde met Khampa’s steeg de spanning in de hoofdstad. Wrijvingen staken de kop op tussen de plaatselijke bevolking en de vluchtelingen en de zaak van de Khampa’s domineerde de relatie tussen de Chinese en Tibetaanse overheid. Vertegenwoordigers van de Tibetaanse regering toonden weinig sympathie voor de vrijheidstrijders en onder druk moesten enkele honderden de regio verlaten. Dit alarmeerde de Khampa – rebellen die vervolgens uitweken naar Lhokha (200 kilometer van de hoofdstad en met betere verbindingen naar India nvdr). Dit riep de Chushi Gandrung of Vier Rivieren, Zes Bergen in het leven. Deze verzetsgroep kreeg de oude naam van Kham toebedeeld en kwam onder het gezag te staan van Gompo Tashi Andrugtsang, een rijke handelaar uit het oosten die de loyaliteit van vele Khampa’s genoot. Onder zijn leiderschap kon de beweging de nodige weerstand bieden tegen het Volksbevrijdingsleger en zorgden ze ervoor dat grote stukken van Tibet onder zijn controle stonden. Een gebrek aan militaire uitrusting, uitgesproken steun van de Tibetaanse regering en niet opgewassen tegen de moderne oorlogsvoering van de Chinezen, deden de Chushi Gandrung na verloop van tijd de das om.

De bom barstte in Lhasa op 10 maart 1959 toen op grote schaal rellen uitbraken. Het gerucht deed de ronde dat de Chinese legertop de Dalai Lama tijdens een dansvoorstelling zou kidnappen. Duizenden Tibetanen verzamelden zich rond het Norbulingka, het zomerpaleis, om te verhinderen dat hun geliefde leider op de uitnodiging zou in gaan. De situatie escaleerde en hevige gevechten braken uit tussen de Tibetaanse bevolking en het Chinese leger. Nadat het zomerpaleis bestookt werd met artillerie vluchtte de Dalai Lama en zijn gevolg richting India. Met behulp van de Khampa’s bereikte hij veilig de Indiase grens waar hij politiek asiel verkreeg.  De opstand werd met harde hand neergeslagen en tienduizenden Tibetanen lieten er het leven bij. Op 23 maart hesen de Chinezen voor de eerste maal de rode vlag aan het Potala-paleis waarmee Tibet aan het meest ingrijpende hoofdstuk van haar lange geschiedenis kwam.


Bronnen en achtergrondinformatie:

Text and photo’s © Han Vandenabeele, februari 2009

Blik op het verleden (deel 1)

Tibet vormt al decennia lang het onderwerp van vele verhitte discussies. Dromerige romantici beschouwden het als een utopische samenleving, het Shangri-la van eeuwige vrede. Tegenstanders zagen in het Tibet van pre-1950 een theocratische hel schreeuwend naar bevrijding.  Het lijkt vaak een eindeloze discussie maar de Tibetaanse kwestie is geen polemiek over het verleden, maar een tastbare problematiek van vlees en bloed in het heden. Dat maakten de gebeurtenissen van de laatste maanden meer dan duidelijk. Daarom is een blik op de Tibetaanse geschiedenis en de relaties met haar buurlanden zeker niet onbelangrijk om  de huidige thematiek tegen een grotere achtergrond te plaatsen. 

 

Volgens de mondelinge Tibetaanse overlevering begon de geschiedenis van Tibet in de 2de eeuw voor Christus. Enkele vooraanstaande families stichtten de eerste federatie van stammen hoewel van een eenheidsstaat toen nog geen sprake was. De macht van het koningshuis beperkte zich tot de Yarlung-vallei in Centraal-Tibet. De toenmalige stammen hingen animistische en sjamanistische vormen van geloof aan, met de  Bön-traditie als toonaangevende stroming.

Onder het bewind van koning Songtsen Gampo (ca. 629-649) begon Tibet aan zijn opmars als grootmacht. Hij legde de basis voor een langdurig proces van binnenlandse eenheid en stabiliteit. Onder zijn bewind werd Tibet een belangrijke militaire macht die er in slaagde grote gebieden van Centraal-Azië te veroveren. Zijn huwelijk met een Nepalese en Chinese prinses, naast drie Tibetaanse vrouwen, bevestigde de invloed van het Tibetaanse rijk op haar buurlanden. Naast de vele militaire verwezenlijkingen introduceerde Songtsen Gampo het op Sanskriet gebaseerde schrift, het Tibetaanse alfabet en een rechtscode. De 33ste koning wordt dan ook beschouwd als de grondlegger van de Tibetaanse natie. Nog belangrijker echter was  zijn bekering tot het boeddhisme, onder invloed van zijn boeddhistische vrouwen. Hij zond verschillende afgezanten naar India en China voor religieuze studie en bracht het boeddhisme naar het dak van de wereld.

Onder een van zijn opvolgers, Trisong Detsen, bereikte Tibet zijn politiek en militair hoogtepunt. Het Tibetaanse rijk strekte zich uit over het vroegere Turkestan, het noorden van Pakistan, Nepal en bepaalde delen van Noord-India. Zijn legers stonden zelfs voor de poorten van de toenmalige  hoofdstad Chang’an (het huidige Xian) van de Chinese Tang-dynastie. Het was tijdens zijn bewind dat het eerste boeddhistische klooster, Samye,  werd gebouwd door Padmasambhava of Goeroe Rinpoche. De Indische goeroe kwam op uitnodiging van de Tibetaanse koning, die de Indische variant van het boeddhisme koos  en hielp hem de dharma te consolideren als staatsgodsdienst. In diezelfde periode vonden de eerste vredesgesprekken plaats tussen de Tibetaanse en Chinese heersers en kwam er een einde aan bijna twee eeuwen van onderlinge strijd. Die overeenkomsten stonden vereeuwigd op drie pilaren waarvan er nog een terug te vinden is in Lhasa voor de Jokhangtempel.  “…Both Tibet and China shall keep the country and frontiers of which they now are in possession. The whole region to the east of that being the country of Great China and the whole region to the west being assuredly the country of Great Tibet, from either side of that frontier there shall be no warfare, no hostile invasions, and no seizure of territory…when Tibetans shall be happy in Tibet and Chinese shall be happy in China shall never be changed, the Three Jewels, the body of Saints, the sun and the moon, planets and stars have been invoked as witnesses.”(1)

Halverwege de 9de eeuw kwam er een einde aan de Tibetaanse eenheid en heerschappij in Centraal-Azië. De komende 400 jaar ontbrak er enige centrale autoriteit in Tibet en de verschillende regio’s en stammen keerden terug naar hun vroegere onafhankelijkheid. Deze politieke leegte werd geleidelijk opgevuld door het boeddhisme en deed een cruciale wijziging in het Tibetaans denken ontstaan. De militaire exploitaties maakten plaats voor religieuze en spirituele toewijding die tot vandaag kenmerkend zijn voor de Tibetanen.  Er ontstonden verschillende boeddhistische scholen met een eigen, uniek systeem van opvolging en reïncarnatie: het lamaïsme. Over heel het land werden vele kloosters gesticht en verhoogde de spirituele en wereldlijke macht van de verschillende tradities. Van hernieuwde eenheid was nog geen sprake omdat geen enkele boeddhistische strekking sterk genoeg was om de andere te domineren. Daar kwam verandering in met de komst van de Mongolen enkele eeuwen later.

Tibetaans-Mongoolse alliantie

Onder leiding van Djengis Khan beleefde Mongolië een bloeiperiode in de 13de eeuw.  Hij veroverde immense gebieden van Europa tot Azië  waaronder ook grote delen van China. Het Rijk van het Midden kwam meer dan een eeuw onder het gezag van de Mongoolse Yuan-dynastie te staan. De nazaten van de grote khan bereikten in hun veroveringstochten ook het Tibetaans plateau. Sakya Pandita, hoofd van de Sakya school, onderwierp zich aan de toenmalige leider, Godan Khan en wijdde hem en zijn volgelingen in het boeddhisme in. Op die manier vermeden de Tibetanen een invasie van de Mongoolse horden.  Sakya Pandita werd aangesteld als vertegenwoordiger van de Mongoolse autoriteit in Tibet en de Sakya-traditie verkreeg politieke en religieuze suprematie over het land. Een soort patroon-priester relatie (Chö-yön) tussen de Mongoolse heersers en de Tibetaanse lama’s zag het levenslicht. Vanaf toen ontstond er een band tussen beide landen die tot op vandaag voelbaar is. Het kwam er op  neer dat patroon Mongolië instond voor de militaire bescherming van priester Tibet. Sakya Pandita van zijn kant zorgde voor de religieuze opleiding van de khan en was zijn spirituele meerdere. Onder een gemeenschappelijke, Mongoolse noemer herstelden ook de contacten tussen Tibet en China.

Halverwege de 14de eeuw kwam het Mongoolse rijk aan zijn einde en werd het opgevolgd door de etnisch-Chinese Ming-dynastie. Deze powershift veranderde weinig aan de bestaande verhoudingen. De Ming-keizers toonden weinig interesse in Tibet, hoewel beide hofhoudingen vriendschappelijke contacten met elkaar onderhielden.  Tibet bleef fungeren als een zelfstandige staat en behield  haar Chö-yön-relaties met de Mongolen. Ondertussen zag, onder leiding van Tsongkhapa (1357-1419), een nieuwe boeddhistische school het levenslicht. De Gelupa of geelmutsen verkregen door de decennia heen steeds meer religieuze aanhang en konden die macht ook politiek bekrachtigen door middel van haar Mongoolse beschermheren. De kloosters Ganden, Sera en Drepung vonden hun oorsprong in deze periode en groeiden uit tot de belangrijkste centra van spirituele scholing van de deugdzame orde.

Midden de 16de eeuw verkreeg de toenmalige hoofdlama van de Gelupa, Sonam Gyatso (1543-1588) de titel Dalai Lama of Oceaan van Wijsheid van de Mongoolse Altan Khan en gaf deze titel met terugwerkende kracht aan zijn twee voorgangers. De Dalai Lama werd (en  wordt) aanzien als de reïncarnatie van Chenrezig, de bodhisattva van mededogen en de beschermheilige van Tibet. Altan Khan werd van zijn kant erkend als een afstammeling in rechte lijn van Djengis Khan, waardoor hij aanspraak kon maken op het Mongoolse rijk. Onder een sluier van vroomheid en respect waren de politiek motieven niet veraf. De Khan had zich verbonden met een religie die in Centraal-Azië aan prestige won terwijl Gyatso de steun had van een machtige beschermheer.

Mantsjoe inmenging

De Chö-yön zorgde ervoor dat er een einde kwam aan de religieuze twisten en Tibet onder leiding van de vijfde Dalai Lama (1617-1682) haar politieke eenheid herwon. De Grote Vijfde regeerde voor het eerst als hoofd van de staat én als hoofd van de dominante religieuze stroming.  Het was ook de vijfde Dalai Lama die de reïncarnatielijn en het instituut van de Panchen Lama in het leven riep en aan zijn spirituele en politieke mentor gaf. Deze relatie was van fundamenteel belang voor het succes van de Gelupa-theocratie. Ze speelden een belangrijke rol in elkaars opleiding en in de aanduiding van de volgende reïncarnatie. De Dalai Lama werd erkend als de wereldlijke en geestelijke leider van Tibet terwijl de Panchen Lama als zijn spirituele leraar werd beschouwd. In de praktijk ontstond er vaak rivaliteit tussen Shigatse, de zetel van de Panchen Lama, en Lhasa, de uitvalsbasis van de Dalai Lama. Beide incarnaties werden dan ook te pas en te onpas gebruikt als speelbal voor politieke doelen. Vele Dalai Lama’s stierven vaak onder verdachte omstandigheden voor ze de volwassen leeftijd bereikten, waarna een regent de touwtjes in handen nam.

Ondertussen wierpen de Mantsjoe de Ming-dynastie omver en nam de buitenlandse Qing de macht over. De Mantsjoe kwamen uit het noordoosten van de huidige Volksrepubliek en waren etnisch verwant met de Mongolen. De vijfde Dalai Lama onderhield goede relaties met de Mantsjoe-keizer en beide heersers ontvingen elkaar met het respect en protocol van onafhankelijke staten. Een hernieuwde patroon-prietser verhouding tussen beide partijen ontstond: voor de Mantsjoe-keizer een verzekering tegen eventuele uitbreidingsdrang van de Mongolen en voor de Dalai Lama een erkenning van zijn religieuze autoriteit.

Tibet bereikte een nieuw hoogtepunt in zijn geschiedenis  tijdens het leven van de vijfde Dalai Lama. De hernieuwde eenheid en sterk bestuur werden verzegeld met de bouw van het Potala-paleis. De Grote Vijfde stierf na de afwerking van het onderste deel of het Witte paleis, het politieke zenuwcentrum en de zetel van de Tibetaanse regering (Kashag). Meer dan tien jaar werd zijn dood geheim gehouden om de bouw van het religieuze en Rode Paleis tot een goed einde te kunnen brengen.

Het duurde tot het begin van de 18de eeuw vooraleer de Qing-dynastie effectief politieke controle zou uitoefenen in Tibet. Na een aanval van afvallige Mongoolse troepen in 1720 en 68 jaar later na een inval van Nepalese Gurkhas kwamen de keizerlijke troepen Tibet te hulp. Er volgden periodes van reorganisatie en de provincies Kham en Amdo werden administratief gescheiden van Centraal-Tibet  Het oosten van Kham viel onder het gezag van de provincie Sichuan terwijl Centraal-Tibet en Amdo onder het wakende oog van Ambans kwam te staan. De Ambans of regenten vertegenwoordigden de keizer op het Tibetaanse plateau en bepaalden deels het politiek beleid.  Ook het belang en de invloed van het lamaïsme op het Tibetaanse leven en samenleving ontging de Mantsjoes niet. Met de introductie van het Gouden Vaas-systeem probeerden ze het opvolgingsproces van de Dalai en Panchen Lama te sturen.  In de vaas kwamen de namen van de kandidaten terecht en via deze tombola avant la lettre vonden ze de nieuwe incarnatie. Tegen het einde van de 18de eeuw verloor de Qing veel van haar macht en haar invloed in Tibet. Veel van de hervormingen werden teniet gedaan en het gouden vaas systeem verdween op de achtergrond.

Risk op het dak van de wereld

Rond de eeuwwisseling verschoof het interesseveld van buitenlandse grootmachten naar het dak van de wereld. Brits-India en Rusland waren verwikkeld in de Great Game, een geopolitiek spel  over de heerschappij van Centraal-Azië. Het boeddhistische koninkrijk met haar strategische ligging -een Tibet als bufferstaat-  vormde dan ook een cruciale rol in de machtsstrijd tussen beide landen.  Hoewel Tibet zich tot hiertoe altijd geïsoleerd had opgesteld en haar grenzen sloot voor buitenlanders, onderhield de toenmalige 13de Dalai Lama contacten met de Russische tsaar. Dit gebeurde in de persoon van Dorjiev,  Mongoolse onderdaan van de tsaar en tevens raadgever van de Dalai Lama.

Uit angst voor een Russische overmacht voerden de Britten expedities uit naar Tibet, wat tot gewelddadige confrontaties leidde met de bewoners van het land. Tijdens een expeditie in 1904 bezette de Britse legermacht onder leiding van Sir Francis Younghusband de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. De 13de Dalai Lama vluchtte naar Mongolië maar uiteindelijk zagen de Britten af van een permanente aanwezigheid en hield aan de bezetting een reeks handelsovereenkomsten met de Himalaya-staat over. Na het vertrek van de Britse mogendheid ondernamen de Mantsjoe verschillende pogingen om Tibet terug in hun machtsveld te krijgen. Dit resulteerde in de Simla-conferentie van 1914, een overeenkomst tussen Tibet, China  en het Britse rijk. Het verdrag zou de soevereiniteit van Tibet vastleggen. De Chinese delegatie ondertekende het verdrag niet.

Ondertussen maakte de nationalistische revolutie een einde aan het  Mantsjoe keizerrijk en de Tibetanen verdreven de laatste vijandelijke garnizoenen uit het land. De 13de  Dalai Lama verklaarde Tibet in 1912 formeel onafhankelijk. Hoewel geen enkel land dit officieel erkende, genoot Tibet van een de facto onafhankelijkheid. De Grote Dertiende  was zich duidelijk bewust van de grote vooruitgang en verandering van zijn tijd en probeerde, tevergeefs, Tibet binnen te loodsen in de 20ste eeuw. Het land werd actief op het gebied van buitenlandse politiek, stichtte hun eigen bureau voor buitenlandse betrekkingen en Tibetaanse paspoorten werden aanvaard als geldige reisdocumenten. Hij zond verschillende Tibetanen naar Britse scholen en ondernam pogingen het leger te moderniseren. Maar het was too little too late en hij werd tegengewerkt door de conservatieve clerus en adel die weinig graten zagen in een wijziging van de bestaande machtsverhoudingen.

Met de plotselinge dood van de 13de Dalai Lama in 1933 verloor Tibet een van haar sterkste leiders op een cruciaal moment van haar geschiedenis en herviel het land al snel terug in haar oude gewoonten achter gesloten grenzen. Een paar dagen voor zijn overlijden deed de Dalai Lama de volgende voorspelling: “Zeer spoedig kunnen in dit land (met zijn harmonieuze mengeling van religie en politiek) verraderlijke gebeurtenissen plaatsvinden zowel binnen het land als van buitenaf. Op dat moment zouden, als we ons gebied niet durven te beschermen, de geestelijke leiders waaronder de Overwinnende Vader en Zoon (Dalai Lama en Panchen Lama) vernietigd kunnen worden zonder spoor achter te laten, de bezittingen en autoriteit van onze Lakangs (huizen van gereïncarneerde lamas) en monniken kunnen ons worden ontnomen. Verder zal ons politieke systeem, ontwikkeld door de Drie Grote Dharma Koningen (Tri Songtsen Gampo, Tri Songdetsen en Tri Ralpachen) spoorloos verdwijnen. Het bezit van alle mensen, hoog en laag, zal hen worden ontnomen en de mensen zullen slaven worden. Alle levende wezens zullen eindeloze dagen lijden en vervuld zijn van angst. Deze tijd zal komen.” (2)

Op 1 oktober 1949 greep de Chinese Communistische  Partij de macht en Volksrepubliek China was een feit. Deze gebeurtenis bracht een nieuwe en sterke centrale overheid in China: een overheid onder leiding van Mao Zedung die de grensgebieden van de vroegere Qing-dynastie ambieerde. De vreedzame bevrijding van Tibet stond hoog op de communistische agenda om enkele jaren later een driest feit te worden.

Tibet, TAR en  Xizang

Vraag aan de gemiddelde Chinees om Tibet geografisch te definiëren en je zult veelal het antwoord  de Autonome Regio Tibet of TAR krijgen. Het Chinese equivalent hiervan is Xizang, wat vrij vertaald zoveel betekend als de schatkamer van het westen. Het merendeel van de Tibetanen denkt er echter anders over. Wanneer zij spreken over Bö, de Tibetaanse benaming voor Tibet, verwijzen ze naar een tot twee maal toe groot gebied. Het beslaat de TAR en Tibetaanse gebieden gelegen in vier aangrenzende Chinese provincies, wat overeenkomt met ongeveer een vierde van de huidige Volksrepubliek.

Dit historisch Tibet bestond uit drie provincies: U-Tsang, Centraal- en West-Tibet met haar hoofdstad Lhasa; het in het noordoosten gelegen Amdo en tenslotte Kham in het oosten en zuidoosten. Na de inval van het Volksbevrijdingsleger werden Amdo en het oosten van Kham officieel onderbracht bij Chinese provincies. U-Tsang en het westen van Kham voegden zich samen om uiteindelijk in ’65 omgedoopt te worden tot de Autonome Regio Tibet. De grenzen komen grotendeels overeen met het gebied dat onder rechtstreekse controle stond van de Tibetaanse overheid voor de Chinese inval.  Zowel Amdo als Kham zagen -en zien nog steeds- de Dalai Lama als hun leider, maar door de eeuwen heen ontstond een groot wantrouwen tegenover de bureaucraten in Lhasa. Ze leefden hoofdzakelijk in tribale gemeenschappen met eigen regels en negeerden daarbij in grote mate de politieke beslissingen van de afwisselde Tibetaanse of Chinese machthebbers.

Het grootste deel van Amdo komt nu overeen met Qinghai terwijl Kham werd opgesplitst in Gansu, Yunnan en Sichuan. China erkent de meeste van deze door Tibetanen bewoonde gebieden als Tibetaanse Autonome Prefecturen, maar ziet ze niet als onderdeel van Tibet. Meer dan de helft van de etnische Tibetanen (ongeveer 2.5 miljoen) leeft buiten de TAR en valt onder jurisdictie van een van bovengenoemde provincies. Met deze administratieve handeling poogde de Volksrepubliek toekomst verzet te breken en een collectief Tibetaans front te voorkomen. Het tumult van de laatste maanden liet echter zien dat, na meer dan een halve eeuw van bezetting, deze tactiek China nog maar bitter weinig opbrengt.

 


Bronnen en meer achtergrond informatie:

(1)The Status of Tibet, M. Van Walt van Praag, Westview Press, 1987;
(2) Portret van de Dalai Lama, Charles Bell, Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1946; The Question of Tibet and the Rule of Law,  Intenational Commission of Jurists, Geneva, 1959
(3)De weg  naar Lhasa, P. Hopkirk, uitgeverij Atlas, Amsterdam-Antwerpen, 1999; Tibet and its History, H. Richardson, Oxford University Press, 1962.
(4) text and photo’s © Han Vandenabeele, juli 2008